Op je handen zitten

Wie zich ooit eenzaam heeft gevoeld (wie niet?), kent het verlangen van de eenzame. Geen adviezen of praktische hulp, geen slimme oplossing of daadkrachtige aanpak is het antwoord op eenzaamheid. Het is veel eenvoudiger en tegelijkertijd veel moeilijker: er zijn. Wie eenzaam is, verlangt naar iemand die er is, naar de aandachtige aanwezigheid van een medemens.

Er zijn is zo eenvoudig dat iedereen het kan. Je hebt er niets voor nodig, geen kennis of diploma’s, geen geld of bezit. En toch vinden we het verrekte moeilijk. Want we beschikken over een onstuitbare drang om te handelen, op te lossen, aan te pakken, te verbeteren. Zeker daar waar het leven anders loopt dan we droomden of verwachtten – en dat gebeurt nogal eens – moet er iets gedaan worden! Koortsachtig zoeken we naar manieren om het gebroken leven te repareren. Maar eenvoudigweg met de ander zijn, ín haar shit of verdriet, dat lijken we verleerd te hebben. ‘Op je handen zitten’ werd het in mijn opleiding eens genoemd: het onderdrukken van onze doe-neiging, om er volledig te kunnen zijn.

Ik vind dat ontzettend moeilijk, want mijn doe-neiging is nogal sterk ontwikkeld. Tegelijkertijd weet ik uit ervaring hoe heilzaam het kan zijn wanneer iemand op zijn handen zit en er ‘alleen maar’ is. Ik heb namelijk een partner die dat heel goed kan. En die partner heb ik in de afgelopen jaren vol donkerte en depressiviteit hard nodig gehad. Wanneer ik in tranen was om ik weet niet wat of me zonder aanleiding ellendig voelde, dan was hij daar. Zonder oplossing, zonder plan, zonder advies. Hij was er. Letterlijk: zonder meer. En dat was genoeg. De donkere wolken dreven niet weg, de buien bleven niet uit, maar zijn aandachtige aanwezigheid voorkwam dat ik me ook nog eens eenzaam zou gaan voelen. Wat niet zo moeilijk is in zo’n situatie.

Er zijn is dus geen oplossing voor onze problemen, geen quick fix van wat er misgaat in ons leven. En toch kunnen we niet zonder, willen we niet in eenzaamheid vervallen. Er zijn is de kern van verbondenheid tussen mensen. Ik ben er voor jou. Jij bent er voor mij. Ik en jij worden – voor korte of langere tijd – wij. Waarmee ik niet wil zeggen dat alle handelen uit den boze is. Als de vaatwasser uitgeruimd moet worden, zeg ik niet tegen mijn partner: Ik doe niets! Ik ben er voor je. En als ik iemand op straat zie vallen, is er zijn niet genoeg. Er is een tijd om te doen en een tijd om er te zijn, de kunst is om deze te onderscheiden.

Mijn overtuiging is dat eenzaamheid vraagt om er te zijn. Om zonder oplossingen en zonder adviezen bij de ander te zijn. Met een open hart, open ogen, open oren. Zittend op je handen. Ik leer het gaandeweg, door goede en inspirerende voorbeelden. En ik denk dat we het, als doenerige samenleving waarin voor elk probleem onmiddellijk een oplossing gezocht wordt, kunnen en moeten oefenen met elkaar. Gewoon af en toe op je handen gaan zitten. Zo eenvoudig is het!

Eén reactie

  1. Hi Irene, hoe herkenbaar jouw schrijven. Ik denk dat ik vaak ook zo’n doener placht te zijn! Dank je wel voor je woorden. Ze maken mij bewust dat het ook anders kan, vaak ook beter. Ik ga proberen meer op m handen te zitten!.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.