Doodse rust

In mijn werk is het hollen of stilstaan. Soms is het weken rustig, dan weer heb ik opeens een paar uitvaarten vlak na elkaar. En in die drukke dagen is het aanpoten: uitgebreide gesprekken met de nabestaanden, overleg met de uitvaartondernemer, veelvuldig mailen en bellen met alle betrokkenen om de puntjes op de i te zetten en uiteindelijk mijn eigen teksten schrijven. De uren voor vertrek zijn gevuld met allerlaatste voorbereidingen: Waar moet ik precies zijn en hoe lang ben ik onderweg? Wat trek ik aan? Welke details wil ik nog even doornemen met de uitvaartondernemer of de familie? Met gezonde spanning vertrek ik naar de locatie. Daar regel ik wat ik nog te regelen heb, dat is in hooguit enkele minuten gebeurd.
Daarna dompel ik me onder in de sfeer van rust die er heerst. Want is het je wel eens opgevallen: waar de dood dichtbij is, is haast ver weg. Op een of andere manier dwingt de dood rust af. Je wilt en kunt gewoon niet anders dan kalm en zorgvuldig de laatste eer bewijzen aan deze medemens. Misschien is het een blijk van respect. Of staan we, oog in oog met de dood, op heilige grond – daar ga je niet hollen en haasten!

Het viel me op bij een uitvaart laatst in een klein kerkje aan een smal weggetje langs het water.
Tegen aanvangstijd kwam de rouwauto aangereden, gevolgd door de naaste familie. Uiteraard de laatste paar honderd meter stapvoets. Bij het kerkje bleef de rouwauto op het weggetje staan, terwijl de volgauto’s een parkeerplek gingen zoeken. Dat duurde vijf minuten. Intussen ontstonden aan beide zijden van de rouwauto lange rijen van wandelaars, hardlopers, fietsers en een enkele auto, in stilte wachtend tot ze verder konden. Geen gemor, geen onrust en weinig gepraat. Toen de familie weer compleet was, werd in alle rust de kist uit de rouwauto gedragen.

Het is dezelfde rust die ik tegenkwam in een hospice waar ik jarenlang regelmatig kwam. Op drukke werkdagen liep ik soms gauw even naar het hospice voor een bezoekje aan één van de gasten. Zodra ik binnenkwam, viel er een rust over me die weldadig was. Vaak bleef ik nog even koffiedrinken in de huiskamer met één van de vrijwilligers. Alle drukte en haast waren als sneeuw voor de zon verdwenen. Hier was tijd voor wat er, in het aangezicht van de dood, echt toe deed: aandacht, liefde, gesprek, verbondenheid. Meer zijn, minder doen.

Ik ervaar deze rust als een heilzame rust. Ze doet me goed. Alsof de dood alle restjes gejaagdheid of onrust wegblaast en onze aandacht richt op het hier-en-nu. Op het dragen van de kist, op het luisteren naar woorden of muziek, op dit gesprek, op deze mens. Op de liefde. Alsof de dood zachtjes onze ogen opent voor het enige wat telt.
Ja, ze doet ons soms ook onnoemelijk veel pijn. Zeker als ze heel dichtbij komt. Ik wil de dood dan ook niet romantiseren. Maar ik wil haar evenmin in het verdomhoekje stoppen of taboe verklaren. Omdat ik geloof dat de dood ons, naast verdriet en verlies, ook nog iets anders te brengen heeft. Het is moeilijk in woorden te vatten, maar het heeft te maken met rust en stilte, met aandacht en liefde, met helderheid.

Mocht je binnenkort een tijdje moeten wachten op een rouwauto die de weg blokkeert, laaf je dan aan de rust. Laat je gejaagdheid wegblazen en je aandacht richten. Op wat er echt toe doet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.