2020/09/13

13 september 2020, Protestantse gemeente IJsselstein, lezing: Mattheüs 18: 21-35

Inleiding op de dienst
Het gaat vandaag over vergeving. En als het over vergeving gaat, dan moeten we het ook hebben over schuld. Of over zonde. Dat zijn beladen begrippen in de kerk. In sommige tijden en kerken is de zondigheid en de schuld van de mens zo zwaar aangezet, dat gelovigen gebukt gingen onder een enorm schuldbesef. We maken fout op fout en staan bij God in het krijt. Talloze gelovigen hebben hun leven lang geworsteld met de angst voor een eisende en oordelende God. Met de angst om tekort te schieten, de angst om te falen en te licht te worden bevonden door God.

De laatste decennia lijken veel kerken te hebben afgerekend met dit zware spreken over zonde en schuld. En ik zie daarin grote winst, als dat betekent dat we de angst voor straf en vergelding achter ons hebben gelaten. Tegelijkertijd vraag ik me af of we, met het afzweren van het oude spreken over zonde en schuld, niet zijn doorgeschoten naar de andere kant. Naar een zwijgen over deze dingen. De meesten van ons zullen niet meer spreken over de mens die onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, over straf op de zonde en een God die genoegdoening eist. Maar betekent dat dan dat begrippen als zonde en schuld ons helemaal niets meer te zeggen hebben?

Of kunnen we die woorden ontdoen van hun zwaarte, van de last van het verleden, en er met nieuwe ogen naar kijken? Mij lijkt het zinvol om dat te proberen. Omdat schuld niet een achterhaald woord is, maar een woord van alle tijden en alle plaatsen, van alle mensen.
Mensen kwetsen elkaar, mensen veroordelen elkaar, mensen spreken kwaad over elkaar, mensen kunnen zó met zichzelf bezig zijn dat ze de ander niet zien staan.
Of misschien kan ik beter zeggen: wíj kwetsen en veroordelen elkaar, wíj spreken kwaad over elkaar, wíj zijn soms zo met onszelf bezig dat we de ander niet zien staan.
Vroeger was er in veel kerken elke zondag een schuldbelijdenis en een genadeverkondiging. Dat doen we niet meer, maar het is misschien helemaal niet zo gek om dat af en toe nog wel te doen. In elk geval vandaag belijden we in gebed onze schuld. En horen we daarna over vergeving en genade.

Gebed om vergeving
Goede God,
U noemen wij ‘goed’ en ook ‘liefde’ en ‘licht’,
en wij, wij zijn naar uw beeld gemaakt…
maar daar leven we niet altijd naar.
Soms is er geen goedheid, geen liefde, geen licht in ons.
Omdat we verblind zijn door wedijver en jaloezie,
omdat gemakzucht of onverschilligheid ons verlamt,
omdat drift en wrok ons aansturen.
Goede God, soms laten wij het goede achterwege,
als we elkaar aandacht en liefde onthouden,
als we onze ogen sluiten voor onze medemens,
als we onze eigen belangen belangrijker vinden dan de zorg voor deze aarde.
God, er gaat veel mis. Ook met ons en ín ons.
Help ons om het goede te doen,
bemoedig en spoor ons aan,
en vergeef ons onze schuld,
vergeef ons waar wij de mist ingingen,
waar wij het goede achterwege lieten.
Vergeef ons onze schuld.
Amen.

Lied: Psalm 103: 3, 4

Lezing: Mattheüs 18: 21-35

Lied: Het lied van vergeving

Verkondiging
Er was eens een groep creatieve, kritische mensen die de opdracht kregen om het Onze Vader te herschrijven. Ze mochten elke zin, elk woord veranderen naar hun eigen inzicht. Overal in het gebed werd geschrapt, aangevuld en gewijzigd. Op één zinnetje na, dat stond aan het einde van de avond nog recht overeind, zonder 1 wijziging: “Vergeef ons onze schulden.”
Dat is opvallend. Durfde niemand aan deze woorden te komen? Vertelt het misschien dat schuld een onuitwisbaar deel van ons leven is en dat we om vergeving niet heen kunnen?
Want hoe je het ook wendt of keert, hoe je het ook noemt, we kennen allemaal de ervaring van falen, van tekort schieten, in ons werk, in onze relatie, in ons gezin, in onze familie- en vriendenkring.
We doen soms dingen die niet goed zijn. En de dingen die wél goed zijn, die doen we soms niét.
De vraag is: hoe gaan we daarmee om?
Hoe zorgen we ervoor dat kwaad en onrecht niet voortwoekeren, niet leiden tot een eindeloze vicieuze cirkel? Hoe bevrijden we elkaar en onszelf van het kwaad?

Dáárover gaat vergeving volgens mij: over bevrijding van het kwaad, in het groot, maar ook in het klein. Over de vraag hoe je verder kunt leven als wij elkaar tekort hebben gedaan, als wij elkaar geen recht hebben gedaan.

Ik wil eerst iets zeggen over wat vergeving in elk geval niét is.
Vergeving is niet: goedpraten wat er misging.
Vergeving is niet: het kwaad bagatelliseren, zeggen: ach, het valt toch wel mee.
Vergeving is niet: het kwaad onder het tapijt vegen. Of met de mantel der liefde bedekken.
Integendeel.
Vergeving begint met erkenning van het kwaad. Dus zien, inzien, uitspreken dat er onrecht geschied is. En dat onrecht in z’n volle omvang verkennen en aan het licht brengen.
Ik denk aan de vele misbruikverhalen die in de afgelopen 10 jaar verteld zijn, van de kerk tot de sportwereld tot de cultuursector, overal kwamen en komen verhalen over misbruik aan het licht. Het is belangrijk dat slachtoffers hun verhaal kunnen vertellen, dat zij gehoord worden en dat, door daders en omstanders, de ernst hiervan volledig gezien wordt. Pas dan kan er – misschien – sprake zijn van vergeving.

Blijft de vraag: wat is vergeving dan eigenlijk?
Misschien helpt het om te weten dat het Nieuwtestamentische woord voor vergeving letterlijk ‘loslaten’ betekent. Wie of wat laat je los als je vergeeft? Ik wil daar een paar dingen over zeggen:

  • er staat iets tussen jou en de ander in, namelijk een schuld. Een schuld wil zeggen: de één heeft de ander iets aangedaan en staat nu bij hem in het krijt. Die schuld laat je los. Dat wil niet zeggen dat je ‘m ontkent of wegwuift. Het wil zeggen dat die schuld jou niet langer in zijn greep houdt. Dat ie niet langer je leven bepaalt, je stemming bepaalt, je gevoelens en gedachten bepaalt. Als je die greep niet losmaakt, dan gaat die schuld of het kwaad je verzuren, je verbitteren, je wrokkig maken en aanzetten tot vergelding, kortom: dan krijgt het kwaad het laatste woord.
    Terwijl volgens Paulus de liefde alles overwint. En ik bedoel met liefde niet dat je, als je vergeeft, de ander lief moet vinden. Absoluut niet! Liefde betekent volgens mij: kun je de ander als mens zien, als medemens, als kind van God?
    Dat brengt ons bij een nieuw punt:
  • Kun je de dader als meer dan een dader zien?
    En jezelf als meer dan een slachtoffer?
    Anders gezegd: je laat, als je vergeeft, je slachtofferrol los en je ontslaat tevens de dader van zijn daderrol. Je bent nu niet langer alleen maar dader en slachtoffer, je bent veel meer dan dat, je bent beiden mens. Of, zoals ik deze week in een artikel las, “een mens is altijd meer dan het slechtste wat hij gedaan heeft.”
  • Ik wil tot slot nog één ding noemen n.a.v. het woord ‘loslaten’.
    Ik moet bij dat woord denken aan een ander bijbelverhaal (Joh. 8: 1-11), waarin de wetsgeleerden en Farizeeën een vrouw bij Jezus brengen die ze betrapt hebben op overspel. Ze willen deze vrouw stenigen en staan al klaar met de stenen in hun handen. Jezus zegt dan tegen hen: “Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.” En daarop vertrekken ze één voor één, en ik stel me voor dat ze de stenen die ze in hun handen hadden in het zand laten vallen.
    Vergeven is loslaten, is de stenen in je hand loslaten. Je zou wel willen gooien, je zou iets lelijks willen roepen, je zou de ander ik-weet-niet-wat aan willen doen. Maar je ziet ervan af. Je doet het niet. Je laat het los. En je vervolgt je leven, bevrijd van die loodzware stenen.

Vergeven als loslaten. Dat klinkt mooi. Dat ís het ook. Maar het is helemaal niet makkelijk.
Wie of wat kan ons helpen, als we willen vergeven?

Als we naar het verhaal kijken van Jezus, dan begint dat met een man die vergeving ontvangt van de koning. En niet zo’n klein beetje ook, hij had een gigantische schuld bij de koning.
Zou daar niet onze hulp, onze inspiratie kunnen zitten: in het besef dat we allemaal éérst vergeving ontvangen.
Wat je ook gedaan hebt, wat je mísdaan hebt,
waar je tekortgeschoten bent,
waar je geoordeeld hebt of gekwetst,
alle kleine en grote missers,
alle liefdeloze woorden en daden –
God wil het van je schouders afnemen. Zodat wij rechtop kunnen staan en onze weg kunnen vervolgen.
Zó is God, zoals deze koning: een onuitputtelijke bron van vergeving, een stem die ons elke dag weer zegt: jij mag er zijn, ga maar op weg.

Vergeven begint met vergeven wórden.
Met dit besef tot ons door laten dringen: ik mag er zijn, ook al maak ik er soms een potje van, ook al schiet ik soms tekort…

Dit besef kan ons helpen om te vergeven. Hoewel het geen garanties biedt, dat leert het verhaal ons wel. Want de man in het verhaal wiens enorme schuld door de koning kwijtgescholden werd, grijpt vervolgens een ander beet die hem nog iets schuldig was. Hij kan of wil niet vergeven.

Zowel vergeving ontvangen als vergeving schenken kan ongelooflijk moeilijk zijn. De greep van het kwaad is soms sterker dan ons vermogen om te vergeven. En ik besef dat er situaties zijn in het leven, ernstige misdrijven, onzegbaar groot kwaad, waarbij ik nauwelijks zou durven spreken over vergeving.

Toch denk ik dat in heel veel situaties vergeving bevrijdend is.
Dat vergeving nodig is om weer verder te kunnen na onrecht.
Dat vergeving niet alleen de dader maar óók het slachtoffer bevrijdt van een zware last.

Op Facebook schreef iemand afgelopen week: “Vergeven geeft je rust, maar … hoe vergeef je in godsnaam?” Ja, hoé doe je dat? Ik wil tot slot heel kort iets zeggen over deze vraag:

  • Allereerst: erken wat er gebeurd is. Vertel je verhaal. En laat ook emoties van boosheid, haat, wrok toe. Alles mag er zijn. Vertel het aan mensen om je heen, schrijf het op, deel het in gebed met God. Alles kan, als je verhaal maar verteld wordt.
  • Daarná komt pas het loslaten. Ook hier geldt: praat, schrijf, mediteer, bid. Persoonlijk denk ik dat een ritueel je zou kunnen helpen om te vergeven.
    – Leg een zware steen neer op een voor jou belangrijke plek, als een ritueel van loslaten.
    – Schrijf een brief naar de dader (je hoeft ‘m niet per se te versturen, het gaat om het schrijven), waarin je vergeving schenkt.
    – Spreek, als je dat wilt en kunt, hardop je vergeving uit tegen de dader.
    – Schrijf nog één laatste keer alle woede en haat van je af en verbrand dit papier.
    En zo is er veel meer te bedenken aan rituelen en manieren om te vergeven. Misschien helpen deze ideeën je een klein beetje op weg.

Maar vergeet vooral niet om steeds terug te keren naar die goddelijke en onuitputtelijke bron van vergeving. Want dáár begint het: bij God die ons aanvaardt zoals we zijn, bij God die ons keer op keer vergeeft en onvoorwaardelijk liefheeft. Dat is het begin.
En ik bid dat we uit die bron kracht en inspiratie en wijsheid putten om ook zelf vergeving te schenken.