2020/08/02

2 augustus 2020, Protestantse gemeente IJsselstein, lezing: Mattheüs 14: 13-21

Wij kijken allemaal op onze eigen unieke manier naar de wereld.
Jij kijkt op jouw manier en ik op mijn manier.
Onze manieren van kijken, onze zienswijzen verschillen van elkaar.

  • Neem bijvoorbeeld regen. De één springt een gat in de lucht dat het eindelijk regent, dat is goed voor het land of voor de tuin. De ander baalt dat zijn tuinfeestje niet door kan gaan of dat ie niet buiten kan spelen.
  • Of kijk naar windmolens. Voor de één is het een prachtige oplossing om duurzame energie op te wekken, voor de ander is het landschapsvervuiling. Of een bron van overlast en irritatie, als ie vlak naast je huis neergezet wordt.
  • Nog één voorbeeld: de rollator. De één is er dolblij mee, denkt: wat een fijn en handig hulpmiddel, nu kan ik weer zelf boodschappen doen. Maar een ander durft er in het begin nauwelijks mee over straat, voor hem is de rollator vooral een bewijs van zijn eigen onvermogens en afhankelijkheid.

Er zijn nog talloze voorbeelden te verzinnen: steeds weer kijken we op verschillende manieren naar de wereld om ons heen.
In het verhaal van vanmorgen is ook zoiets aan de hand: een verschil in zienswijze.
Want Jezus en zijn leerlingen zien precies hetzelfde, namelijk 5 broden en 2 vissen. En toch zien ze  wat anders.
De leerlingen zien bijna niets, veel te weinig, ze zien tekort.
Jezus daarentegen ziet iets wat gedeeld kan worden, iets wat misschien weinig is, maar wat meer kán worden.
Ze kijken allebei met andere ogen.
Je zou kunnen zeggen: de leerlingen kijken met ogen vol angst. Ze zijn bang dat het te weinig is, veel te weinig, om al die mensen te voeden.
En Jezus kijkt met ogen vol vertrouwen. Hij gelooft dat het kan, dat er wonderen kunnen gebeuren als we delen met elkaar, dat al delend een klein beetje heel veel kan worden.

Ik wil even stilstaan bij die angst van de leerlingen. De angst voor tekort. De angst dat het niet genoeg is. Als ik eerlijk ben, dan herken ik die angst ook in mezelf. Bij elke preek die ik schrijf, denk ik tijdens het schrijfproces wel een keer: het is niet genoeg. Zo’n angstig stemmetje is helemaal niet motiverend of inspirerend, het werkt eerder verlammend.
Misschien herken je het in je werk, in je studie, in datgene wat je doet of maakt of presteert: de angst dat het niet genoeg is, niet goed genoeg, niet mooi genoeg. De angst dat jij tekort schiet, dat jij te weinig te bieden hebt.

De leerlingen zeggen: “We hebben niets, behalve 5 broden en 2 vissen.” De manier waarop ze dit zeggen, spreekt boekdelen. Ze hadden ook vol blijdschap en trots bij Jezus kunnen komen en kunnen zeggen: kijk, dit is een mooi begin, 5 broden en 2 vissen!
Maar nee, ze zeggen: we hebben niets… behalve 5 broden en 2 vissen. Het is bijna niets, het stelt weinig voor.
Soms hoor ik mensen op die manier over hun eigen werk spreken. Of het nou gaat om een presentatie op je werk of om vrijwilligerswerk, om een taart die je gebakken hebt of een tuin die je mooi onderhoudt… soms zijn we té bescheiden en zeggen we ach: het stelt niet zoveel voor. Maar het is maar net met welke ogen je kijkt. Je kunt ook trots en dankbaar zeggen: kijk, dit is wat ik gemaakt of gedaan heb!

Ik wil nog een stap verder gaan. We zijn niet alleen bang dat wat we doén tekortschiet, soms zijn we zelfs bang dat wie we zíjn niet genoeg is. Ik ontmoet best vaak mensen die zichzelf onderschatten, die denken dat ze niet goed genoeg zijn.
Ik denk aan een prachtige vriendin die zichzelf helemaal niet mooi vindt.
Aan een andere, zeer getalenteerde vriendin die weinig vertrouwen heeft in zichzelf.
Ik denk aan de sociale media waarop we allemaal onze geweldige, prachtige, fantastische ervaringen delen met elkaar. Heel weinig mensen tonen zich kwetsbaar en delen ook hun nare ervaringen, hun mislukkingen, hun lelijke eigenschappen. Waarom niet? Omdat we ten diepste bang zijn, bang dat als men ons écht zou kennen en men ook onze nare ervaringen, mislukkingen en lelijke eigenschappen zou zien, dat we dan tekort schieten. Bang dat we niet genoeg zijn. Die angst overschreeuwen we met onze mooie verhalen.

Angst voor tekort… misschien herken je hier iets van, in jezelf of in mensen om je heen.
Het gaat erom met welke ogen je kijkt. Waar de één tekort ziet, ziet de ander overvloed.
Het is dus een kwestie van anders leren kijken. Kijken met de ogen van Jezus. Met ogen vol vertrouwen, vol geloof. Met ogen die kansen en mogelijkheden zien.
Jezus zag net als de leerlingen 5 broden en 2 vissen. En hij zei: dat is genoeg. Als we het eerlijk delen met elkaar, dan is het voldoende. En hij begon te breken en te delen.

Jezus bleef niet tobben en prakkiseren: is het wel genoeg? Kan ik al die mensen wel voeden met deze broden? Nee, hij ging gewoon aan de slag. Gewoon doén en dan al gaandeweg merken dat het genoeg is. Gewoon maar beginnen met wat je hebt, met wat voorhanden is… op hoop van zegen.

Zoals Jezus naar die broden keek, zo kijkt hij ook naar ons.
Nooit zegt hij: dat is te weinig, of: jij bent niet genoeg, of: met jou kan ik niks beginnen.
Hij zei het niet tegen de tollenaars en zondaars, niet tegen de hoeren, niet tegen de melaatsen. Juist al die mensen die door anderen geminacht werden, liet hij voelen dat ze er mogen zijn. Dat ze meetellen, dat ze ertoe doen. Jij bent genoeg, was zijn boodschap.
En hij zag mogelijkheden en kansen, hij wist:
als tollenaar kun je een rechtvaardige worden,
als zondaar kun je een goed mens worden.
Jezus geloofde in wonderen.

En wij?
Geloven wij dat er genoeg is voor iedereen, als we maar eerlijk delen?
Durven we na te denken over de vraag wat eerlijk delen betekent voor onszelf, voor onze eigen levenswijze, ons consumptiepatroon?
En kunnen wij leren kijken met de ogen van Jezus? Niet bang zijn voor tekort, maar gewoon vol vertrouwen aan de slag gaan. In het volle vertrouwen dat het genoeg is. Dat jij genoeg bent. Dat wat je doet en hebt en kunt genoeg is. Dat ik genoeg ben.
Die blik van Jezus wens ik ons allemaal van harte toe!