2019/10/06

6 oktober 2019, Protestantse gemeente IJsselstein, lezing: 1 Samuel 24

Het is een bijzondere geschiedenis die we net hoorden. Een verhaal, vind ik, om je over te verwonderen. Saul had al diverse pogingen gedaan om David te doden, maar tot nog toe zonder succes. Continu zat hij David op de hielen om een nieuwe poging te doen. David was dus in doodsgevaar.
En nu doet zich een omgekeerde kans voor. Saul zit in een uiterst kwetsbare positie om zijn behoefte te doen, zo vertelt het verhaal. Hij zal niet gauw kunnen opspringen en vluchten. En David zit achter in de grot en kan hem gemakkelijk van achter aanvallen en doden. Een kans uit duizenden! Zo’n kans krijg je nooit meer, dit is een godsgeschenk, zeggen zijn mannen tegen David. Eindelijk kunnen ze zich van die nare, gevaarlijke Saul bevrijden.

Een begrijpelijke reactie van die mannen, toch? Wij worden weliswaar niet met de dood bedreigd, maar stel je eens voor dat iemand lelijk tegen je doet, je kwetst of uitscheldt of pest, of je op een andere manier iets aandoet… en je krijgt dan op een presenteerblaadje de kans aangeboden om iets lelijks terug te doen… zou het niet onze eerste neiging zijn, om terug te slaan? Om iemand een koekje van eigen deeg te geven?

Bovendien: is het in het geval van David ook niet een kwestie van zelfverdediging? Als David Saul niet doodt, zal Saul vroeg of laat David doden.
Had David dus niet in zijn recht gestaan wanneer hij Saul een kopje kleiner had gemaakt?
Recht… wat is dat eigenlijk?

Recht lijkt in onze wereld te betekenen dat er evenwicht is, dat onrecht recht gezet wordt. Oog om oog en tand om tand. Niet letterlijk, maar: wanneer jij mij iets hebt aangedaan, dan moet op een of andere manier die scheve verhouding worden rechtgezet, door het jou betaald te zetten. Door de dader te doen boeten voor zijn misdaad zou het evenwicht worden hersteld. Dit rechtsgevoel zit volgens mij diep in de mens verankerd. Onze eerste neiging is dan ook om onrecht te vergelden, om terug te slaan.

Waarom doet David dat dan niet? Wat heeft hem bewogen om Saul te sparen? David zegt tegen Saul, als hij hem buiten de grot naroept: “Laat de HEER beslissen wie van ons beiden in zijn recht staat en laat de HEER mij op u wreken; ik zal mijn hand niet tegen u opheffen.”
Het is geen angst die David ervan weerhoudt om toe te slaan, maar het is een overtuiging die hem ertoe brengt om niet toe te slaan. Het is, zegt hij, aan God om te beslissen wie er in zijn recht staat. Anders gezegd: het is aan God om te oordelen, niet aan ons. David schort daarom zijn eigen oordeel op!

Dat is nog eens een statement! Wij oordelen maar al te vaak, over elkaar en over van alles en nog wat. Hoe zou het zijn als we al die oordelen eens los zouden laten, in de overtuiging dat het oordeel, de beslissing aan God is.
Het begint met bewustwording van onze oordelen. Let er eens op hoe vaak je een oordeel velt op een dag. En kijk eens of je dat oordeel ook achterwege zou kunnen laten. En wat er dan gebeurt…

In het verhaal gebeurt er iets heel bijzonders. Doordat David weigert te oordelen en te doden, komt er een keerpunt, een kantelpunt in het verhaal. Saul zegt: “Jij staat meer in je recht dan ik, want jij hebt kwaad met goed vergolden. Wie laat ooit zijn vijand gaan als hij hem op zijn weg vindt? Moge de HEER je belonen voor wat je vandaag voor mij hebt gedaan.”

De woorden en het optreden van David brengen Saul tot inzicht. Saul beseft dat hij fout zat, dat hij kwaad deed – zonder dat David dat heeft gezegd! – en dat David hier de rechtvaardige is. En met dit inzicht wordt de vicieuze cirkel van kwaad doorbroken en komt er een opening.

Misschien hebben jullie het afgelopen week gehoord of gezien in het nieuws. In 2018 was er een politieagente in Amerika die dacht dat ze haar eigen appartement in liep. Ze liep echter het appartement van haar buurman binnen, en zij zag hem aan voor een inbreker en schoot hem neer. De man overleefde het niet. Zij is afgelopen week veroordeeld voor moord, ze krijgt 10 jaar celstraf. Bij de uitspraak was ook de broer van het slachtoffer aanwezig. De agente had zijn broer, die Botham heette, doodgeschoten. Deze man krijgt het woord. En wat doe je dan? Ga je dan schelden en vloeken, wat misschien heel begrijpelijk zou zijn? Ga je deze vrouw vertellen hoe slecht ze is, hoe terecht haar straf is, hoe erg haar daad is? Deze man maakt – net als David – een andere keuze, ik wil dat graag aan jullie laten zien: Botham Jean’s brother hugs ex-officer Amber Guyger after sentencing

Deze man lijkt een beetje op David.  Hij schort zijn oordeel op. Hij vergeeft, hij houdt van haar, hij wenst haar het beste. En daardoor komt er een opening, een nieuw begin, een uitweg uit de haat en nijd.
Dát is waar het om gaat toch, dat we de haat en de nijd en de narigheid achter ons laten en weer kunnen samenleven met elkaar, elkaar weer in de ogen kunnen kijken en het goed hebben samen?
We weten allemaal dat wraak en vergelding het samenleven in vrede geen stap dichterbij brengen. Het is een eindeloze vicieuze cirkel waarin mensen verstrikt raken en gevangen zitten.
Hoe kom je daaruit? Hoe vind je een opening? In elk geval niet door terug te slaan, niet door te oordelen. Maar ook niet door alles te slikken en over je heen te laten lopen. We hoeven onrecht niet voor lief te nemen of te accepteren. Dat doet de man in de rechtbank ook zeker niet! Hij zegt niet tegen de agente: ‘ach, wat je gedaan hebt, is niet zo erg. Geen probleem, zand erover.’ Nee, hij heeft aan het begin van zijn speech gezegd dat hij niet gaat uitleggen hoe erg het is wat ze gedaan heeft, omdat ze dat zelf al wel beseft.
Wat ik wil zeggen is dat we onrecht niet moeten aanvaarden, alsof het gewoon zou zijn, alsof het bij het leven hoort. Onrecht vraagt om protest. Om verzet! Maar: er is een ándere manier van verzet mogelijk dan terugslaan. Een verrassende en creatieve manier.

Wat David mij doet is twee dingen: Hij verrast en overrompelt Saul met zijn goedheid. En hij weet hem tot zelfinzicht te brengen.
Dat doet hij op een inventieve wijze: door een stuk van zijn mantel af te scheuren. Dat zal Saul ongetwijfeld herinnerd hebben aan een andere ontmoeting, met Samuël. Ook toen werd een mantel gescheurd en zei Samuël tegen Saul: “Hierbij scheurt de HEER het koningschap over Israël van u los en geeft hij het aan iemand anders, iemand die waardiger is dan u.”
David is geen watje! Hij maakt hier een sterk statement. Namelijk dat de tijd van Sauls koningschap voorbij is en dat het tijd is voor een waardigere koning.

David handelt verrassend. En Saul weet niet wat hem overkomt. Zijn leven wordt gespaard door zijn grootste vijand! En net zo verrassend handelt de broer van Botham, die we net zagen. Hij reageert met verrassende liefde en goedheid op de daad van deze vrouw.
Het verrast ons, omdat we niet gewend zijn om kwaad met goed te vergelden. Maar waarom zouden we het niet doen? Waarom zouden we niet met liefde en mildheid en goedheid reageren op kwaad en haat en nijd? Waarom zouden we het niet proberen? Het alternatief – kwaad met kwaad vergelden – is geen aantrekkelijke optie. Niet voor de ander, maar evenmin voor onszelf. Want als ik kwaad met kwaad vergeld, als ik oordeel op oordeel stapel, blijf ik ook zelf gevangen zitten in die vicieuze cirkel. Als ik eruit stap, bevrijd ik niet alleen de ander, maar ook mezelf!

Makkelijk is dat niet. Om je eerste impuls te beheersen. Om verlangens naar wraak en vergelding aan de kant te zetten. Om je oordeel op te schorten. Om met goedheid te reageren op onrecht of haat.
Makkelijk is het niet. Maar volgens mij is het de enige weg naar vrede. In de wereld, in ons eigen leven, ja zelfs in ons eigen hart. Ik denk dat David en de broer van Botham dat goed begrepen hadden.