2019/05/30

30 mei 2019 Hemelvaart, Protestantse gemeente IJsselstein, lezingen: Lucas 24: 49-53 en Handelingen 1: 1-11

Ik zei het al aan het begin van de dienst: het gaat hier om een mysterie. Een geloofsmysterie. De beide verhalen van Lucas bevestigen dat voor mij:
Hij laat in zijn evangelie de hemelvaart plaatsvinden op de dag van de opstanding. Alles gebeurt in één enkele dag. Maar in zijn tweede hemelvaartsverhaal, in Handelingen 1, laat Lucas 40 dagen verstrijken tussen Pasen en Hemelvaart.
Het geeft aan dat dit niet zomaar verhalen zijn over historische gebeurtenissen – zoals je elkaar kunt vertellen wat je gisteren of vorige week gedaan hebt bijvoorbeeld – maar dat deze verhalen van een andere orde zijn en ons iets vertellen van een mysterie.
Het mysterie van Jezus’ verborgen aanwezigheid: Hij is er niet meer, en tegelijkertijd is hij er, in Woord en Geest, nog wel. Of, om met de woorden van een populair Nederlands lied te spreken: “ik ga wel weg, maar verlaat je niet.”

Het mysterie is letterlijk in nevelen gehuld. Want Jezus gaat weg, omgeven door een wolk. Dat is niet zomaar toevallig, die wolk. De wolk is een bekend, veel voorkomend beeld uit het Oude Testament. Keer op keer verschijnt de wolk aan het volk Israël tijdens hun tocht van 40 jaar door de woestijn. De wolk staat voor Gods verborgen aanwezigheid. Waar de wolk is, is God. Onzichtbaar, verborgen, maar niettemin aanwezig. En zo vertelt de wolk in het verhaal van hemelvaart ons hoe Jezus voortaan onder ons is: onzichtbaar, verborgen, maar niettemin aanwezig.

Dát is dan ook de boodschap van de twee mannen in witte gewaden. We kennen hen al uit eerdere verhalen. Onder meer uit Lucas’ paasverhaal. Toen de vrouwen op de eerste dag van de week naar het graf van Jezus gingen, troffen ze daar twee mannen in stralende gewaden aan: “Waarom zoekt u de levende onder de doden?”, zeggen ze. “Hij is niet hier. Hij is uit de dood opgewekt.” De twee mannen bij het graf sturen de blik van de vrouwen. Ze veranderen hun blikrichting. Kijk niet naar het graf, zoek hem niet in de dood. Ga hem zoeken onder de levenden, want Hij leeft!
En in dit verhaal van hemelvaart doen de twee mannen in witte gewaden precies hetzelfde: “Wat staan jullie naar de hemel te kijken?”
Eerst mochten de leerlingen Jezus niet zoeken bij de doden, en nu moeten ze hem niet blijven zoeken in de hemel! Vroeger bestond de wereld uit 3 lagen: het dodenrijk, de aarde en de hemel. Als Jezus dus niet bij de doden is en ook niet in de hemel, dan blijft er één plek over: de aarde. Hier, onder ons, is hij aanwezig. Onzichtbaar, verborgen maar niettemin aanwezig.

Hoe dan? Die vraag stelde ik afgelopen maandag ook, toen we met een groep mensen dit verhaal lazen. Hoe is Jezus aanwezig volgens jou, in jouw leven? Er werden mooie en persoonlijke verhalen gedeeld.
De één had twee heel bijzondere ervaringen gehad, waaronder een ontmoeting met Jezus in een droom. Het werd een ervaring die een grote impact kreeg op haar leven en vooral op haar manier van geloven.
Een ander vertelde hoe zij Jezus’ aanwezigheid zag in de liefde en aandacht waarmee mensen soms voor een medemens zorgen. In die warme, tedere zorg wordt Jezus zichtbaar. Onze handen kunnen zíjn handen worden en samen kunnen wij zijn lichaam vormen.
Weer een ander vertelde over een moment dat ze voor een moeilijke taak stond. Iets waar ze tegenop zag, ze wist niet hoe ze het moest doen. Afscheid nemen van een dierbare. En op het moment dat ze de kamer binnenging, kreeg ze een kracht en een rust die niet van haarzelf was. Voor haar was dat de kracht uit de hemel die Jezus ons belooft.
En weer iemand anders zei: ik heb geen bijzondere religieuze ervaringen gehad. Maar ik lees veel in de Bijbel. En in die teksten en verhalen en woorden zit voor mij Jezus’ aanwezigheid. Dankzij die eeuwenoude teksten, de verhalen over hem, de woorden die hij zelf gesproken heeft, is Hij nog steeds onder ons.

Vier heel verschillende ervaringen die ons vertellen hoe Jezus onzichtbaar en toch aanwezig kan zijn. En misschien kun jij je eigen ervaring aan dit rijtje toevoegen. Of misschien herken je iets in één van deze verhalen.

En misschien ook wel niet…
Want laten we vandaag niet doen alsof wij altijd overal Jezus ervaren.
Soms is die kracht uit de hemel, die je over de drempel helpt op moeilijke momenten, gewoonweg afwezig. En heb je het gevoel dat je het helemaal alleen moet doen.
Soms zijn er helemaal geen zorgzame handen of luisterende oren of vriendelijke ogen, waarin je iets van Jezus’ liefde en zorg kunt herkennen.
Soms zijn er geen woorden die jou iets van Jezus’ wijsheid en goedheid brengen. Dan is het oorverdovend stil, en zoek je tevergeefs naar troost of inspiratie.

Ook dáárover gaat hemelvaart volgens mij, over de momenten dat we ons alleen voelen, aan ons lot overgelaten, van God en Jezus verlaten. Want er zit nog 10 dagen tussen hemelvaart en Pinksteren. En komende zondag wordt niet voor niets Wezenzondag genoemd. Zijn wij als wezen, alleen, zonder vader en moeder, zonder richting en zonder troost? Hemelvaart geeft ons een belofte: “Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.”
En in Handelingen spreekt Jezus nadrukkelijk over de Heilige Geest: “Binnenkort worden jullie gedoopt met de Heilige Geest (…) Wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen…”
Er wordt ons iets beloofd. Alleen… die belofte wordt niet onmiddellijk vervuld. Soms laat die Geest op zich wachten. In de liturgische kalender tien dagen lang, in ons leven soms veel langer. Dan heb je alleen een belofte, maar blijft de vervulling uit. Dan moet je wachten, volhouden, uithouden, doorzetten, en blijven hopen dat de Geest zal komen. Dat de wolk verschijnt. Dat je kracht uit de hemel zult ontvangen.
De periode tussen Hemelvaart en Pinksteren zouden we wezentijd kunnen noemen, niemandsland, dagen van wachten en volhouden. En vasthouden aan die belofte.

De belofte van Jezus die zegt: Ik laat jullie niét als wezen achter, Ik kom bij jullie terug. We zullen niet alleen blijven. Onzichtbaar en verborgen zal Jezus aanwezig zijn.
Sterker nog: wij kunnen met elkaar en vóór elkaar lichaam van Christus zijn. Jezus kan aanwezig zijn in onze handen, in onze stem, in onze oren, in onze voeten.

Ik wil eindigen met een tekst van Jan Coghe (uit: Met zonder Jezus. Over Hemelvaart. Uitgave van de Protestantse Kerk in Nederland)

En als we toch weer naar omhoog gaan staren
naar waar Hij is, – of hoe het heet…
wil Hij ons telkens weer bedaren
omdat Hij van de mensen weet…

Hij zal ons naar beneden wijzen –
naar wat te doen valt onder mensen…
Hij zal ons om die inzet prijzen
en ons alleen het goede wensen.

Hij zal ons naar elkaar verwijzen
jou nu naar mij en mij naar jou…
opdat wij naar zijn onderwijzen
mekaar graag zien in diepe trouw.

Pas dan kan hier de hemel groeien –
slechts dan leeft Hij nog voelbaar voort…
als liefde ondermaans kan bloeien
zijn leven voortgaat – ongestoord.