2019/05/26

26 mei 2019, Protestantse gemeente IJsselstein, lezing: Johannes 14: 23-29

Wanneer ben je een christen?
Wanneer zou je jezelf, of een ander, christen of christelijk noemen?
Moet je dan bepaalde dingen geloven? Kun je een soort checklist maken? Geloof je in God? Geloof je in Jezus? Geloof je in de opstanding? Geloof je in de hemel?
Of moet je bepaalde dingen doen? Bijvoorbeeld af en toe bidden? Bijbellezen, naar de kerk gaan?
Moet je gedoopt zijn?
Moet je niet op z’n minst een klein beetje weten hoe de Bijbel in elkaar zit, of wat Jezus zoal gezegd en gedaan heeft, hoe zijn leven verliep?

Jezus zegt in de tekst van vandaag: wie mij liefheeft, zal zich houden aan wat ik zeg. Letterlijk staat er: wie mij liefheeft, zal mijn woord bewaren.
En bewaren betekent hier niet alleen: je herinneren, in je hoofd bewaren. Het betekent ook: doen. Het woord vervullen, je eraan houden. Wie mij liefheeft, zal leven, zal handelen naar mijn woord.
Jezus heeft het helemaal niet over wat je precies gelooft of niet gelooft, over wat je weet of niet weet, waar je aan twijfelt of waar je vragen bij hebt. Nee, het gaat hem niet zozeer om wat er in ons hoofd, in ons denken allemaal gebeurt. Wie mij liefheeft, zal mijn woorden doén!

En dat wil Jezus, zo vlak voor zijn afscheid, nog eenmaal onderstrepen! Hij zegt zoiets als: straks, als ik er niet meer ben, vergeet dan niet wat het allerbelangrijkste is: de liefde. Want dáárover gaan zijn woorden. Als hem gevraagd wordt naar het allerbelangrijkste woord, het belangrijkste gebod, zegt hij: Heb God lief en heb je naaste lief als jezelf.
In elke lastige discussie die je met anderen voert – in de kerk, thuis, op je werk – en in elke worsteling met onszelf, in elk conflict, in iedere samenwerking, in elke relatie, in alles wat we doen… laat dát je focus zijn: de liefde.
Dat betekent niet dat we altijd lievig en zacht moeten zijn en met iedereen meebewegen. Absoluut niet! Dat deed Jezus ook niet, integendeel: hij kon flink duidelijk zijn, zeggen waar het op staat. Maar als we ons steeds weer focussen op die liefde,  dan worden sommige dingen misschien volstrekt onbelangrijk. Andere dingen krijgen juist meer gewicht. De liefde beïnvloedt als het goed is de keuzes die we maken. Hoe we onze tijd besteden, of ons geld. Wat we kopen, wat we zeggen, wat we laten, wat we stemmen…

Mijn indruk is dat we daar niet zo veel over praten in de kerk, over hoe het gaat met de liefde in ons leven, waar we in gebreke blijven, wat we er lastig aan vinden, welke vragen of dilemma’s we hebben… Is dat eigenlijk niet gek? Als wij allemaal de intentie en het verlangen hebben om ons leven af te stemmen op Jezus’ woorden… Als we Jezus, met vallen en opstaan, willen volgen op zijn weg van de liefde… Zouden we daar dan ook met elkaar over kunnen praten, open, eerlijk en kwetsbaar, in het verlangen om te groeien in de liefde?

Jezus gaat nog een stapje verder: dan, als je liefhebt, zullen mijn Vader en ik bij je wonen. Met andere woorden: God woont daar waar wij elkaar liefhebben.
Waar wij elkaar laten uitpraten.
Waar wij oprechte belangstelling voor elkaar tonen.
Waar wij rekening houden met elkaar.
Waar wij geduldig luisteren.
Waar wij ons oordeel opschorten.
Waar wij de belangen van anderen hooghouden.
Waar wij opkomen voor wie kwetsbaar is.
Waar wij bovenal ieder ander zien als een naaste, een medemens.
Dáár is God, dáár voelt God zich thuis, daar wil hij wonen. In ons, bij ons, onder ons. Helemaal niet ver en hoog en verheven, maar vlakbij, in onze handen, onze stem, in ons hart. God woont daar waar liefde is.

Liefde… en er is in de tekst van vandaag nog zo’n groot en mooi woord: Vrede.
Jezus zegt: Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Wat is die vrede die Jezus ons geeft? Anders dan de wereldse vrede… maar wat is het verschil?
Laat ik beginnen met een voorbeeld. Ik moest denken aan de volgende woorden die geschreven zijn in de Tweede Wereldoorlog:
“Haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat jij, God, ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen. Er zijn mensen, het is heus waar, die nog op het laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen en zilveren vorken en lepels in plaats van jou, mijn God. En er zijn mensen, die hun lichamen in veiligheid willen brengen, die allen nog maar behuizingen zijn voor duizend angsten en verbitteringen. En ze zeggen: mij zullen ze niet in hun klauwen krijgen. En ze vergeten, dat men in niemands klauwen is, als men in jouw armen is.”

Deze woorden zijn geschreven in een situatie van dreiging, angst en oorlog. De schrijver Etty Hillesum schrijft (op 12 juli 1942) hoe zij zich veilig voelt bij God, in Gods armen, ondanks en in die vreselijke omstandigheden waarin ze leeft. Want er was toen en daar helemaal geen vrede! En toch… ín Etty was er wel vrede. Niet altijd hoor, ze vertelt ook hoe ze soms worstelt met zichzelf, hoe ze God kwijt is. Het is echt geen vroom ideaalplaatje. Maar ze kent een diepe vrede in God, die niét afhankelijk is van de uiterlijke omstandigheden. En dát is volgens mij het verschil met de wereldse vrede.
Wij kunnen bij vrede denken aan de afwezigheid van oorlog, aan veiligheid en vrijheid voor alle mensen, aan genoeg te eten voor iedereen, kinderen die spelen, mensen die lachen, mensen die voor elkaar zorgen. En dat is een ongelooflijk belangrijke vrede, een vrede om aan te werken en ons voor in te zetten! Daar wil ik niks aan afdoen.
Maar er is blijkbaar ook een andere vrede. Die losstaat van de vraag of er een uiterlijke vrede is of niet. Die losstaat van de vraag of het je voor de wind gaat of niet. Een diepe vrede die geworteld is in God.
Het is een onvoorwaardelijke vrede. In tegenstelling tot de wereldse vrede, die is voorwaardelijk. Want de wereld zegt altijd áls: als je je best doet, als je hard werkt, als je slim en succesvol bent, als je je doelen behaalt, als je alles uit jezelf haalt wat erin zit, als je veel geld hebt en dit koopt en dat koopt… dán zal je het goed hebben, dán zul je vrede vinden. En telkens blijkt het een illusie. Want die nieuwe auto en dat diploma en die promotie en dat compliment… dat geeft wel even een goed gevoel, maar het duurt niet lang.
De vrede die Jezus geeft daarentegen… daar zijn geen voorwaarden aan verbonden. Dat is volgens mij hét verschil tussen de ene en de andere vrede.
Maar vergis je niet: de vrede van Jezus betekent niét dat je overal maar vrede mee hebt, dat je alles goed vindt, dat je nooit boos wordt. Nee, juist vanuit de stabiliteit, de stevigheid van deze innerlijke vrede kun je je verzetten tegen dat wat niet goed is, tegen onrecht. Kun je werken aan wereldse vrede.

Het klinkt misschien hooggegrepen. Die diepe vrede van Etty, midden in de oorlog. Een vrede te midden van angst en geweld.
Wíj laten ons soms zo snel verwarren en verontrusten door allerlei omstandigheden. Vaak voel ik me verre van vredig.
Maar misschien kunnen we bidden om deze diepe vrede van Jezus.
Misschien kunnen we er gaandeweg in groeien.
Misschien helpt het om te kijken naar mensen in je eigen omgeving die iets van deze diepe vrede gevonden hebben en dat ook uitstralen of delen met hun omgeving. Om je door hen te laten inspireren.
Misschien kunnen we ook hierover met elkaar in gesprek gaan, om van elkaar te leren.

Liefde en vrede… twee grote woorden die Jezus ons op de valreep, vlak voor zijn afscheid, nog wil geven. Onthoud dit, hier draait het allemaal om, lijkt hij te willen zeggen.
Misschien zijn ze te groot om te bevatten. Maar dat geeft niet. We hoeven het niet allemaal te snappen en doorgronden. Het zijn woorden om te doen, om te leven. Het is een weg om te gaan. Dus laten we gewoon samen op weg gaan. En op die weg wens ik jullie liefde en vrede toe. In Jezus’ naam.