2019/04/14

14 april 2019 Palmpasen, Protestantse gemeente IJsselstein, lezingen: Lucas 19: 28-40 en Lucas 22: 39-46

Inleiding op de lezingen
Ik had het net al over de dubbelheid van Palmpasen: enerzijds is er de vreugde, anderzijds hangt Jezus’ lijdensweg als een donkere wolk boven de intocht. “Heden hosanna, morgen kruisig hem!”
Vreugde en verdriet, enthousiasme en teleurstelling liggen op deze dag dicht bij elkaar. En misschien is dat wel heel herkenbaar, want zo dubbel, zo wisselvallig kan ons leven soms zijn. Het ene moment huil je van het lachen, het andere moment huil je van verdriet. Het ene moment ben je ergens laaiend enthousiast over, en even later is dat enthousiasme al weer verdampt, of veranderd in teleurstelling.
In de dienst van vanmorgen komen beide kanten van palmzondag naar voren. Eerst de feestelijke intocht, de vreugde en lofprijzing, en daarna een gedeelte uit het lijdensverhaal, de aanloop naar het “kruisig hem!”.

Overweging: Heden hosanna … (n.a.v. Lucas 19: 28-40)
Ik vraag me wel eens af wat wij zouden hebben gedaan als we daar tussen die mensenmassa hadden gestaan, langs de weg naar Jeruzalem waarover Jezus op een ezelsveulen binnen komt rijden. Ik zie om me heen allemaal uitgelaten mensen, uitzinnig van vreugde, ze zwaaien met palmtakken in het rond, misschien dansen ze wel, in elk geval roepen en zingen ze Jezus toe: “Hosanna, hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer!” Een vreugdekreet, een lofprijzing!
Zouden wij, nuchtere Hollanders, ingetogen en ietwat stijve protestanten, zouden wij hebben meegedaan? Of zouden we ons afzijdig houden en het een beetje overdreven vinden?

Weten deze mensen eigenlijk wel met wat voor koning ze van doen hebben? Wat verwachten ze eigenlijk van Hem?
Hopen ze niet diep in hun hart dat Hij zijn macht zal tonen en Jeruzalem zal bevrijden van de Romeinse bezetting?
Zouden ze stiekem niet liever zien dat hun koning hoog te paard en met het zwaard in zijn hand Jeruzalem binnenrijdt, om binnen de kortste keren, snel en effectief, zijn Koninkrijk te vestigen?
Of dat hij op z’n minst gaat onderhandelen met de Romeinse bevelhebbers en met machtige politici, in plaats van zijn tijd te verdoen met eten en drinken met tollenaars, hoeren, zieken, slaven, vreemdelingen en ander gespuis?

Ach… is het belangrijk wat de mensen daar langs de weg gedacht hebben?
Veel interessanter is de vraag wat wíj van deze koning denken? Een koning op een ezel…
Een koning die niet met macht en geweld zijn dromen waarmaakt, maar onze vrijheid respecteert, ons uitnodigt om Hem te volgen, en geduldig wacht op ons antwoord…
Een Koning die ons niet dwingt, die niet met geweld zijn zin doordrijft,
een koning die het niet allemaal even snel voor ons in orde maakt…
Maar een Koning die ervoor kiest de minste te willen zijn,
een Koning die niet wil heersen maar wil dienen…
Kunnen wij blij zijn om deze mens, om deze vreemde koning?
Of hebben wij stiekem misschien ook liever een koning die met wat meer macht en geweld zijn Koninkrijk sticht?
Is dat niet wat ook wij soms van God verwachten:
dat God met macht zijn wil op aarde zal doen geschieden?
Dat God zijn tanden laat zien en het allemaal even in orde maakt,
dat Hij vrede zal stichten, de zieken geneest en onze problemen oplost…?

Deze koning op een ezel laat ons zien hoe God is.
Geen God van macht en pracht, maar een dienende God.
Geen heersende God die zijn wil doordrijft, maar een God die ons liefdevol uitnodigt.
Een kwetsbare God is hij, een lijdende God, zachtmoedig.
Anders dan we misschien wel dachten.

Wat doen we? Juichen wij mee om deze koning?
Een Koning die ons denken op zijn kop zet,
een Koning die voor verwarring zorgt,
omdat hij voor een ezel kiest,
omdat hij de eersten de laatsten noemt en de laatsten de eersten,
omdat hij liever het gezelschap zoekt van prostituées, dieven, en andere outcasts, dan van de geleerde en rijke elite.
Omdat hij knielt om de voeten van zijn leerlingen te wassen.

Hosanna! Hosanna voor deze koning,
die rijdt op een ezel en lijdt als een knecht.
Zo brengt hij het leven terecht (Lied 550: 3).

Overweging: … morgen kruisig Hem! (n.a.v. Lucas 22: 39-46)
“Vader als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg.” bidt Jezus tot God. Want natuurlijk wil Jezus liever niet de weg gaan die voor hem ligt! Dat snappen we meteen. Geen mens wil lijden! Liever vermijden we dat, als het even kan.

En toch… Jezus zou het kunnen vermijden misschien, maar doet het niet. Niet omdat hij wil lijden! Jezus kiest niet voor een lijdensweg. Hij kiest voor de liefde, voor de weg van God, tot het uiterste. En de uiterste consequentie van die keuze was het kruis.

Het deed mij denken aan een uitspraak die filosoof Theo de Boer ooit deed: “Wie zichzelf een taak heeft gesteld, moet een offer brengen om die taak goed te vervullen”. Anders gezegd: als je iets wilt bereiken, dan zal het je soms ook wat kosten. Daar kunnen we ons allemaal wel iets bij voorstellen, denk ik. Als je carrière wilt maken, kost het je wat. En als je juist veel tijd met je kinderen wilt doorbrengen, kost het je ook wat. Als je heel goed wilt worden in een sport, zul je je misschien wat moeten ontzeggen. Als je trouwt en belooft om elkaar trouw te blijven, dan kan dat soms ook iets van je vragen.
Kortom: offers zijn onvermijdelijk, maar ze doen soms wel pijn.
Kijk naar Jezus: hij wil met woorden en daden het Koninkrijk van God verkondigen, hij wil liefhebben tot het uiterste. En dat kost hem zijn leven.

Nou bedoel ik zeker niet te zeggen dat wij datzelfde offer moeten brengen. We leven in een andere tijd dan Jezus, we zijn andere mensen dan Jezus. Ik geloof niet dat wij ons leven hoeven te offeren. Het is voor ons niet aan de orde. Maar… de vraag die wel bij mij opkomt is: zijn wij nog bereid om offers te brengen?

In onze tijd en in onze cultuur moet alles altijd leuk zijn. We willen maar al te graag een leven zonder pijn en moeite, het liefste mét alle gemakken en plezier en luxe en leuke dingen die er zijn. Maar alles altijd leuk… dat kan natuurlijk niet. Soms moet je keuzes maken. Soms moet je het een opofferen om het ander te bereiken.
Volgens mij kun je dat pas doen als je weet wat écht belangrijk is. Want als je alles even belangrijk vindt, dan wil je álles en kun je niet kiezen. Jezus had het heel helder voor ogen: waar het hem om ging, was het Koninkrijk van God. Oftewel: een leven vanuit liefde, een leven vervuld van Gods Geest. En omdat hij dát het allerbelangrijkste vond, kon hij andere dingen – een huis, een familie, bezit, ja zelfs zijn leven…– opofferen. Hoe intens tragisch en pijnlijk ook.

Waar gáát het ons echt om, in ons leven, in ons geloof? En mag dat ook wat kosten? Aan moeite, aan pijn? Aan tijd of geld? Aan inspanning of discipline?

Heden hosanna, morgen kruisig hem!
We kunnen die twee kanten niet uit elkaar trekken en het alleen over het vrolijke hosanna hebben. Die andere kant, het kruis, het offer, is er ook. En die kant hoort misschien wel onvermijdelijk bij het leven. Hoe pijnlijk soms ook. Het is niet altijd leuk.
Uitgerekend gisterenavond las ik in de krant een interview met Stine Jensen die zei: “Liefde, geluk, vrijheid, compassie (…), die zaken willen we natuurlijk allemaal wel, en het tegenovergestelde willen we absoluut niet. Maar eigenlijk horen ze bij elkaar. Je kunt niet de hele tijd gelukkig zijn, daarvoor moet je soms ook ongelukkig zijn. Net zoals er geen licht is zonder schaduw.” (Trouw, 13 april 2019)

Het klinkt misschien gemakkelijk… Want als het goed gaat, is dit makkelijk praten, maar als je in die schaduw zit, als je diep ongelukkig bent, is dat helemaal niet makkelijk. Dan snak je naar licht, naar geluk. En toch… ik denk dat het waar is, dat het hosanna en het kruis, het licht en het donker niet van elkaar te scheiden zijn.
Mijn bedoeling is niet om het onszelf vanmorgen te zwaar te maken. Of om u en jou op te zadelen met een veel te hoge lat, of met een veeleisende God die onmogelijke offers van ons vraagt.
God eist niet, God nodigt ons uit.
God veroordeelt ons niet, God zet ons rechtop.
Juist het verhaal van de komende Stille Week laat ons zien hoe God is.
Niet een God die zegt: nou, als jij mijn wil niet doet, dan zoek je het maar uit! Maar een God die ons steeds opnieuw, keer op keer, tot in het oneindige, nieuwe kansen geeft. Om op te staan en het opnieuw te proberen.

Vader en Zoon, ze lijken op elkaar.
Jezus ging tot het uiterste in zijn liefde voor mensen.
En zo gaat God tot het uiterste in zijn liefde, zijn vergeving, zijn geduld met en voor ons..
Het gaat ons verstand te boven.
Het is een mysterie dat we deze week met elkaar gaan vieren.
Je bent van harte welkom om mee te vieren!