2019/04/07

7 april 2019, Anna Jacobapolder, lezing: Mattheüs 14: 15-21

Waarschijnlijk kent u het tv-programma Zomergasten wel: in de zomervakantie wordt elke zondagavond een bekende, beroemde, bijzondere Nederlander of Vlaming 3 uur lang live geïnterviewd aan de hand van zelfgekozen televisie-fragmenten. Maar kent u ook het programma Zomaargasten? Het is niet op televisie, maar het is te zien op festivals, op scholen, op congressen en in theaters. In dit programma wordt 20 minuten lang iemand geïnterviewd. Geen bekende Nederlander of beroemd persoon, maar gewoon zomaar iemand uit het publiek, iemand zoals u en ik. De makers zelf zeggen over hun programma het volgende:

“In ieder mens schuilt een verhaal. Soms groot, soms klein, vaak zelfs zonder dat diegene zelf in de gaten heeft wat hem of haar zo bijzonder maakt. In Zomaargasten staan deze verhalen centraal. In twintig minuten ontstaat een ontwapenend portret van een toevallige voorbijganger, soms ontroerend, soms hilarisch, maar altijd met als doel te laten zien wat deze ene persoon tot zo’n uniek mens maakt. Een monumentje voor de gewone mens die heus niet zomaar een gast is.”

Toen ik hierover op de radio hoorde, werd ik enthousiast. Wat een mooi concept! Het programma gaat ervan uit dat élk mens iets te vertellen heeft, dat iéder leven een verhaal heeft dat de moeite waard is. In elke voorstelling wordt er zomaar een nietsvermoedende bezoeker uit het publiek gehaald en uitgenodigd voor het interview. Totaal onverwacht en onvoorbereid dus. Op de radio werd verteld dat iedereen dan altijd hard applaudisseert, waarschijnlijk heel opgelucht en blij dat hij zelf niet gekozen is 🙂 Want ik denk dat de meeste mensen dit heel spannend zouden vinden. Wat heb ík nou te vertellen? Is míjn leven, míjn verhaal wel interessant genoeg? Kunnen ze niet veel beter een ander uitkiezen?

Wat heeft dit nou te maken met het verhaal van vandaag? De leerlingen zeggen tegen Jezus: “Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen” En als Jezus dan tegen hen zegt: “Nee hoor, ze hoeven niet weg, jullie kunnen wel voor eten zorgen”, zeggen de leerlingen: “Nee, we hebben hier niets! Alleen 5 broden en 2 vissen…” Kortom: 5 broden en 2 vissen… dat is veel te weinig om die hele menigte te eten te geven.

Zoals wíj bang kunnen zijn dat we niks te vertellen hebben, dat ons verhaal te weinig is, dat wij geen goede, interessante ‘zomaargast’ zouden zijn, zo zijn ook de leerlingen van Jezus bang dat het te weinig is. Bang voor tekort.

Het verhaal gaat over ‘angst voor tekort’. En dat kom ik maar al te vaak tegen. In mezelf en bij anderen. Angst om tekort te komen, angst om tekort te schieten. Bang om te weinig te hebben en te weinig te zíjn. Angst om niet goed genoeg te zijn, niet mooi genoeg, niet slim genoeg, niet grappig genoeg, niet leuk genoeg, niet sterk genoeg.

Vaak ontmoet ik mensen die weinig vertrouwen hebben in hun eigen kracht, hun eigen schoonheid, hun eigen wijsheid. En die angst – dat het te weinig is, dat ik niet genoeg heb – zit ook in mij. Ik vergelijk mezelf soms met anderen die méér hebben en méér zijn in mijn ogen. Mensen met andere talenten dan ik, mensen die dingen kunnen die ik niet kan, met eigenschappen die ik niet heb. Door te vergelijken raak ik gefocust op wat ik niét heb en niét kan en niét ben. En dat kan je bezorgd maken, onzeker. Diep in mijzelf zegt een stemmetje: ik heb zo weinig, dat is nooit genoeg. En dat angstige stemmetje zat ook in de leerlingen van Jezus.

Jezus daarentegen is niet bang. Hij durft het te wagen met wat er voorhanden is: 5 broden en 2 vissen. Gewoon… het doen met wat er is. Hij is niet bang dat het te weinig is. Vol vertrouwen gaat hij ermee aan de slag en begint hij te delen. Jezus laat zich niet laten door een angstig stemmetje, maar door een ándere stem die vol vertrouwen zegt: wees niet bang. Heb vertrouwen dat er genoeg is, dat je genoeg hebt, dat je genoeg kunt. Ga het maar gewoon proberen!

Als we net als Jezus met vertrouwen naar onszelf kunnen kijken – naar wat we hebben, naar wat we kunnen, naar wie we zijn – dan hebben we volgens mij een heleboel te delen! Natuurlijk in materiële zin. Letterlijk: brood, eten, geld. Er zijn mensen die niets of veel te weinig hebben, en velen van ons leven in overvloed. Iets van die overvloed kunnen we delen met wie honger heeft.

Maar er is véél meer om te delen dan brood en geld. Liefde, vreugde, vrede. Onze aandacht. Ons levensverhaal. Onze gedachten en gevoelens. Onze wijsheid en onze inzichten. Onze vriendschap en vriendelijkheid. Ons hart. Onze bezieling. Onze tijd en energie. Onze verhalen en onze talenten. Ieder van ons heeft véél te delen.

Maar dat lukt alleen als wij daar zelf vertrouwen in hebben. Als je bang bent dat je tekortschiet of tekort hebt, dat het te weinig is… dan is het moeilijk om te delen. Dan kruip je in je schulp, dan maak je jezelf klein. En dan ben je geneigd wat je hebt voor jezelf te houden.

Delen kan alleen als je vertrouwen hebt. Dat betekent niet dat je overmoedig wordt, of je eigen schaduwkanten en tekortkomingen en valkuilen niet meer ziet. Natúúrlijk hebben we die allemaal. Nee, het gaat om het vertrouwen dat je, ondanks (of mét) je tekortkomingen, genoeg hebt, genoeg kunt, genoeg bent. Gewoon precies zoals we zijn, met al het moois en al het minder moois in ons.

Dit is een beroemd mozaïek in Tabgha, een plaatsje aan het meer van Tiberias in Israël. Volgens de traditie zou Jezus dáár de broden en vissen hebben gedeeld. Je ziet 2 vissen… en 4 broden!

Heeft de kunstenaar niet goed gelezen? Is hij iets vergeten? Ging zijn versie van het verhaal over 4 broden? Of heeft hij dit expres gedaan?

Vier broden… ik vind het prachtig, want… het vijfde brood mag jij aandragen, mag u meebrengen. Het mozaïek nodigt ons zo uit om bij onszelf te rade te gaan: wat heb ík te delen in mijn leven? In materiële zin of in immateriële zin… Wat kan ik, aan brood of geld, aan kwaliteiten, aan tijd en aandacht, aan liefde en vreugde, aan gedachten en gevoelens en verhalen, delen met de wereld om me heen? Wat is jouw, wat is uw bijdrage aan de maaltijd van het leven?

Geloof me, je hebt méér dan genoeg te delen. Wees niet bang om tekort te hebben, tekort te schieten. Wees niet bang dat het te weinig is. Heb vertrouwen! Als 5 broden en 2 vissen genoeg zijn om duizenden mensen te voeden, dan heb jij ook genoeg om te delen!

Tot slot: ik geloof niet dat we al onze angsten kunnen uitroeien. ‘Niet bang zijn’ lukt mij niet. Angst hoort bij het leven, en het heeft ook een functie. Maar wat mij helpt is te beseffen dat ik een keuze heb. Ik kan er soms voor kiezen om me niét te laten leiden door mijn angst. Om niét te luisteren naar die angstige stem die zegt: het is te weinig, het is niet genoeg, maar naar die ándere stem, die ook klinkt in mijn hart – ik noem het de stem van God – die zegt: wees niet bang, ga maar gewoon vol vertrouwen aan de slag, probeer het maar.

Als we ons door die stem laten leiden en vertrouwen hebben dat het genoeg is, dat wíj genoeg hebben, genoeg kunnen, genoeg zijn, dan hebben we een heleboel te delen met elkaar. Dan worden we allemaal prachtige zomaargasten op deze aarde. Hoewel ik denk dat God tegen je zal zeggen: “Nee joh, kom nou… je bent niet zomaar een gast! Jij bent mijn geliefde gast in dit leven!”