2018/10/07

7 oktober 2018, Protestantse gemeente IJsselstein, Psalm 119: 1-8 en Marcus 10: 1-12

De tekst die we zojuist lazen gaat over huwelijk en scheiding. Maar niét over huwelijk en scheiding zoals wij dat in onze tijd kennen! Bedenk dat we eerst een kloof van 2000 jaar en een enorm cultuurverschil moeten overbruggen. Voor ons is het huwelijk een liefdesrelatie tussen twee gelijkwaardige, zelfstandige partners die uit romantische motieven en uit vrije wil kiezen voor elkaar. Dat was anders in de patriarchale samenleving uit Jezus’ tijd. Daar had de man een machtspositie t.o.v. de vrouw. Dat blijkt al wel uit het woord dat hier gebruikt wordt: het gaat niet over scheiden, maar over ‘wegsturen’ of ‘verstoten’. Dat is een eenzijdige actie van de man. En er was niet alleen een machtsrelatie, maar ook een economische afhankelijkheid. Een vrouw zonder man kon zich in die dagen maar moeilijk staande houden. Je kunt dus niet dat ene zinnetje van Jezus – ‘Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden’ – op onze tijd plakken, en daarmee zeggen dat Jezus tegen echtscheiding is. Nee, Jezus had geen flauw benul van wat wij onder echtscheiding verstaan. Hij was tegen iets anders, daar kom ik zo op terug.

Ik zeg dit nadrukkelijk, omdat er in de kerk in het verleden, en ook nu nog, veel te vaak en te hard geoordeeld is over mensen die scheiden. Er werd en wordt soms met een opgeheven vingertje gezwaaid: dat mag niet, dat is tegen Gods bedoeling. Lekker makkelijk is dat, om naar anderen te wijzen. Gaat binnen een huwelijk dan altijd alles voorspoedig en vlekkeloos? En zijn mensen die scheiden niet meer gebaat bij warme aandacht, een luisterend oor, een goed gesprek, dan bij een oordeel?

Terug naar het verhaal. De Farizeeën komen bij Jezus met de vraag of een man zijn vrouw mag verstoten. Jezus speelt de bal onmiddellijk terug en vraagt wat Mozes geboden heeft. “Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten” is hun antwoord, en daarmee citeren ze uit de Thora, uit Deuteronomium (24:1).

Óf een man zijn vrouw mag wegsturen, was geen onderwerp van discussie. Het gebeurde al eeuwen. De vraag was: wannéér mag een man dat doen? En wanneer niet? Volgens Mozes (Deut. 24) mag het als de man “iets onbehoorlijks” aan zijn vrouw gevonden heeft. Maar je snapt wel dat dat zo vaag is dat het onmiddellijk discussie oproept! Er was een strenge school die zei: alleen in het geval van overspel mag de man zijn vrouw wegsturen. En er was een liberale school die zei: een man mag om elke mogelijke reden zijn vrouw wegsturen. Met als dieptepunt het verhaal van een vrouw die weggestuurd werd omdat ze slecht had gekookt!

De Farizeeën proberen Jezus in deze discussie te betrekken. Maar daar past Jezus voor. Want, zegt hij, “Mozes heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent.” En vervolgens komt Jezus met een ánder citaat uit de Thora, uit Genesis 1 en 2: “Al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één.”

Wat gebeurt er precies in deze discussie tussen Jezus en de Farizeeën? Is dit een strijd van de ene Thora-tekst tegen de andere? Als we heel precies lezen, zien we iets wat ons kan helpen.

De Farizeeën vragen aan Jezus ‘of een man zijn vrouw mag verstoten’. Zij vragen Jezus wat er toegestaan is en zoeken daarmee de grenzen op van de Thora. Jezus’ wedervraag is niet: wat heeft Mozes toegestaan, maar: wat heeft Mozes geboden? Jezus is niet geïnteresseerd in wat toegestaan is, maar in het principe, het beginsel, het eerste begin. Daarnaar verwijst Jezus dan ook. “In den beginne – oftewel: in principe – heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt.” (het Latijnse woord ‘principio’ betekent begin)

De mensen zijn in principe door God bedoeld om verbonden te zijn met elkaar. Het is niet goed, zal God even later zeggen, dat de mens alleen is. Ieder mens heeft een medemens nodig, een maatje, een naaste. Dat kan een echtgenoot zijn, maar ook een vriend of vriendin, een broer of zus, een collega of buur. Pas in de verbondenheid tussen mensen komt God aan het licht. In een verbond van liefde en trouw tussen mensen – waarin voor vrouwen net zoveel ruimte is als voor mannen! – daarin wordt God werkelijkheid.

Dát is voor Jezus de kern. En hij lijkt te zeggen: focus je nou op die kern, op die verbondenheid, op de liefde, dáár gaat het om. En ga niet zitten zoeken naar allerlei mogelijkheden om met dit gebod de hand te lichten.

Jezus verzet zich hier dus tegen de willekeur van mannen met macht die hun vrouw wegzonden. En daar staat ze, op straat, alleen, zonder geld en zonder goed, overgeleverd aan de goedheid van anderen… De scheidingsbrief van Mozes was bedoeld om deze vrouwen te beschermen. Met zo’n brief konden zij hertrouwen. En nu wordt deze regel ter bescherming van vrouwen misbruikt door mannen die hun macht of lust willen botvieren. Dáár protesteert Jezus tegen, en deze mannen herinnert hij aan het principe, aan het prachtige verhaal van ‘in den beginne’, over verbondenheid, over liefde, over man en vrouw die elkaars maatje worden, die anders zijn en tegelijkertijd herkenning vinden bij elkaar.

Voor Jezus gaat het in de Thora niet om regeltjes. Niet om voorschriften die blind gevolgd moeten worden. Niet om geboden die je kunt gebruiken zoals het jou uitkomt. Nee, het gaat om het principe, het begin. Het beginsel van verbondenheid en liefde. Niet dat vrouwen zonder geld, zonder bezit de laan uit worden gestuurd – ook al zou dat misschien wel goed te praten zijn met een regel van Mozes in Deuteronomium – maar dat mensen beschutting vinden bij elkaar, warmte en vreugde… – dát is voor Jezus Thora, wegwijzer van God. En misschien kan het dan soms wel zo zijn dat je, om trouw te zijn aan de Thora, aan God, aan jezelf of aan je medemens, een regel moet overtreden.

– Ik moet denken aan de discussies over het kinderpardon, recent Howick en Lilli, maar ook andere kinderen. Gaat het erom netjes de regels van de wet en van de IND te volgen of gaat het om het principe van verbondenheid, medemenselijkheid, barmhartigheid?

– Ik las over een religieuze, een non, die uittrad uit het klooster en daarmee dus haar eeuwige belofte brak. Ze zei: “ik ben uitgetreden, maar ik ben mijn roeping trouw gebleven.”

– En zo kan het ook zijn in een huwelijk: dat je, om je roeping als vader of moeder trouw te blijven, om je kinderen of om God trouw te blijven, uit elkaar moet gaan…

Want regels, alleen maar kale regels, hebben nooit het laatste woord. Regels staan altijd ten dienste van het goede leven, het paradijs van ‘in den beginne’, van de liefde. Dat is het hogere principe waar Jezus voor pleit! Dit is geen pleidooi om uit elkaar te gaan. Want uit elkaar gaan, zeker als er kinderen zijn, is moeilijk, verdrietig, pijnlijk, voor iedereen. Dus liever niet. Liever samen zoeken naar wegen, liever proberen trouw te blijven, liever moeite doen en je inspannen, wellicht met hulp van derden, om er samen uit te komen. Dat éérst! Want een scheiding is niet altijd een oplossing. Een nieuwe relatie is niet altijd beter. En wij willen in deze tijd misschien wel teveel dat alles leuk en goed en mooi is. Maar geen enkel huwelijk is altijd leuk en goed en mooi. En soms is geduld nodig, een lange adem, en trouw, om vol te houden, en niet te gauw op te geven.

Maar soms kan scheiden misschien ook de stap zijn die de Thora je wijst. Of, zoals een collega schreef, als variant op woorden van Paulus: “Scheiden is niet goed, niet scheiden is soms slechter.”

Dankzij Israël hebben wij de Thora en de verhalen over Jezus. Zij wijzen ons een weg in het leven. Niet met allerlei regeltjes die zeggen wat wel mag en niet mag. Maar met een verhaal over liefde en trouw. Een verhaal over een God van liefde en trouw. En over mensen die naar zijn beeld geschapen zijn. Dat wij ons door dat verhaal, dat begin van liefde, dat principe van verbondenheid mogen laten leiden!