2018/06/03

3 juni 2018, Protestantse gemeente IJsselstein, lezing: Marcus 2:23-3:6

Jezus kwam nogal eens in conflict met de religieuze leiders van zijn tijd. In deze tijd zou hij misschien fikse discussies voeren met predikanten en priesters, destijds waren het Farizeeën en Schriftgeleerden. En heel vaak gingen die discussies en conflicten over de Thora; dat zijn de eerste 5 boeken van het Oude Testament, oftewel de wet. De Thora was en is voor alle joden de basis van hun geloof. Dus óók voor Jezus en óók voor de Farizeeën. Daar bestond geen discussie over.

Maar zoals we allemaal weten kun je teksten en wetten op verschillende manieren interpreteren. Dat zien we in het verhaal van vandaag, over de sabbat. Het is één van de Tien Geboden: “Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten. Maar de zevende dag is een rustdag die gewijd is aan de Heer uw God; dan mag u niet werken.”

De Farizeeën waren vrome en toegewijde joden die álles in het werk stelden om zich aan de Thora, de wet van God, te houden. Zo ontstond er zelfs een uitgebreid systeem van 39 (!) regels die vertelden wat op de sabbat wel en niet mocht.

Jezus kende het sabbatsgebod ook. En zijn intentie is niet om dit gebod af te schaffen! Toch is er een heel belangrijk verschil tussen hem en de farizeeën. Hij vat dat verschil zelf in een paar woorden samen: “De sabbat is er voor de mens, niet de mens voor de sabbat.”

Anders gezegd: in de visie van de Farizeeën lijkt alles om de Thora te draaien. Het allerbelangrijkste is dat je je precies houdt aan elke wet en elke regel in de Thora. Jezus draait het om en zegt: het gaat uiteindelijk niét om de Thora, maar het gaat ten diepste om de mens. Om menswording. Hoe kunnen wij écht mens worden? Hoe kunnen wij als mens tot ons recht komen? Dáár is de Thora van God voor bedoeld: om ons daarbij te helpen en richting te geven.

En ook het sabbatsgebod is daarvoor gegeven. Het is niet bedoeld als een beknellende regel die vertelt wat je allemaal niet mag, al is het dat in sommige kerken en in sommige tijden wel geworden: je mag op zondag niet breien, je mag niet fietsen, je mag niet buiten spelen, je mag geen ijsje kopen, je mag niet uit eten, etc…  Terwijl de sabbat bedoeld is als een geschenk van God aan de mens. Want het is niet goed om altijd maar door te werken, door te rennen, door te draven. Een mens moet ook van ophouden weten. Precies dat betekent het woord sabbat: ophouden. Even ophouden, om uit te rusten, op adem te komen, je te bezinnen en te genieten van het leven. Kortom: de Sabbat is niet bedoeld om het ons lastig te maken, maar juist om ons te helpen.

“De sabbat is er voor de mens, niet de mens voor de sabbat.” Het zijn radicale woorden van Jezus, die de mens in het midden zetten.

Is dat wat we doen – in de kerk, in religie, vanuit ons geloof – goed voor de mens? Is het goed voor mijzelf en goed voor andere mensen? Die vraag moeten we ons steeds opnieuw stellen. En als het antwoord ‘nee’ is, als mensen in kerk of door religie worden buitengesloten, gediscrimineerd, gekwetst, gekleineerd of achtergesteld, dan schiet het geloof zijn doel voorbij en is het tijd om bij te sturen. Want dan hebben we de religie boven de mens gesteld. Of het instituut boven de liefde. En helaas gebeurt dat nog maar al te vaak.

Het verhaal van vandaag laat zien waar het Jezus ten diepste om ging: niét om religie, niét om de Thora (in onze situatie: niét om de kerk, niét om de Bijbel), maar om waarachtig mens zijn. Mens zijn zoals God het voor ogen had toen Hij de mens schiep en zag dat het ‘zeer goed’ was. Mens van liefde, vrede en vreugde. Mens vol van Gods Geest. De Thora was voor hem niets anders dan een richtingwijzer naar dit menszijn.

En zo kunnen ook wij ons de vraag stellen: in hoeverre helpt óns geloof ons om mens te worden, mens van liefde? Zet ons geloof de mens in het midden, zoals Jezus zo vaak deed met mensen die hij tegenkwam? Draagt ons geloof een steentje bij aan menselijkheid, medemenselijkheid?

Of hebben wij ook wel eens, net als die Farizeeën, beknellende sabbatsgeboden? En dan bedoel ik niet letterlijk regels over de sabbat of zondag, maar regels die wij zelf hanteren maar die ons niet helpen om mens te worden? Vaak herken je dit soort regels aan het woord ‘moeten’! Vul maar in wat jij van jezelf moet. Ik moet…… Ik moet alles perfect doen. Ik moet iedereen tevreden houden. Ik moet sterk zijn. Ik moet hard werken. Ik moet laten zien wat ik waard ben. En ga zo maar door…

Net als dat sabbatsgebod kunnen ook deze geboden een blok aan ons been worden en hun doel voorbijschieten. En ik weet wel dat het niet zo makkelijk is om dit soort regels, die we vaak al lang met ons meedragen, van ons af te schudden. En toch… het begint bij bewustwording. Bij de vraag: helpt deze regel mij nog wel, of zit ie me alleen maar dwars?

De sabbat is er voor de mens, niet de mens voor de sabbat. De mens wordt door Jezus steeds opnieuw in het midden gezet. En straks, als wij brood en wijn ontvangen, worden ook wij eventjes in het midden gezet. We komen letterlijk naar het midden van de kerk, en mogen ons ook door God in het midden gezet weten. Gezien. Gekend. Geliefd. En gevoed met goede gaven: brood en wijn.