2018/04/29

29 april 2018, Protestantse gemeente IJsselstein, lezing: Genesis 6: 5-22

Inleiding op lied 839
29 april is de Internationale Dag van de Dans. En dat deed mij denken aan het lied ‘Lord of the Dance’ dat in Nederlandse vertaling in ons liedboek terecht gekomen is.
Bij dansen denk ik aan vreugde en vrolijkheid, aan vrijheid. Om te dansen moet je je op je gemak voelen, je vrij voelen, helemaal jezelf kunnen zijn. Maar dansen doe je ook samen: je houdt rekening met elkaar, je speelt op elkaar in.
Zó is het leven in den beginne bedoeld: als een vreugdevolle dans van mensen die zich helemaal vrij voelen én die rekening houden met elkaar, een dans van mensen die samen genieten.

Maar het lied vertelt hoe het misging met die Levensdans: de dans werd vergeten en het ritme verstoord. Het leven is niet altijd een mooie, vrolijke dans. Mensen dansen niet altijd harmonieus samen. Soms gaat het helemaal mis met die dans…

Gelukkig is er de Lord of the Dance, de Heer van de dans. Dat is de ik-persoon in het lied, Christus, die zijn hand uitsteekt en ons ten dans vraagt:
Dans, dans en doe maar met mij mee.
Ik ben de Heer van de dans, zegt Hij.
Ik ga je voor, Ik haal ook jou erbij,
Want ik ben de Heer van de dans, zegt Hij.

Hier in de kerk volgen wij een soort van dansles: we proberen, enthousiast of schoorvoetend, met vallen en opstaan, te leren dansen. De dans van gerechtigheid. De dans van de schepping. De dans van trouw.
Kijk maar naar de Lord of the Dance: hij doet het ons voor en nodigt ons uit om mee te doen.

We zingen: Ik danste die morgen toen de schepping begon (Lied 839)

Lezing uit de Bijbel: Genesis 6: 5-22

We luisteren naar: Lied van Noach – Stef Bos en Fernando Lameirinhas

Overweging
In onze tijd weten we hoe een tsunami of overstroming ontstaat. Geologen en meteorologen leggen ons uit hoe aardlagen botsen en schuren en bevingen veroorzaken, en hoe klimaatveranderingen invloed hebben op het weer.
3000 jaar geleden was dat anders. Een watervloed was een vreemd verschijnsel, het kwam soms letterlijk en figuurlijk uit de lucht vallen. Niet zo gek dat men probeerde om er een verklaring voor te vinden.
En zo gingen de mensen elkaar vertellen over alle slechte mensen op de aarde. En over God die al die slechtheid zag en spijt kreeg van zijn schepping. Zóveel spijt dat hij besloot om de schepping ongedaan te maken. God liet het heel hard en heel lang regenen en de hele aarde kwam onder water te staan. Alleen Noach en zijn gezin en de dieren overleefden het.

Dit verhaal doet mij denken aan een gebed dat ik eens las (uit: Greet Brokerhof-van der Waa, Zeg het maar gewoon, deel 2):

God, als het aan ons lag,
zouden we het wel weten.
Dan ging de bezem erdoor!
Alles wat oneerlijk en slecht is
zouden we opruimen.
Alle lastpakken kunnen
meteen ophoepelen.
Iedereen die een bedreiging is
voor onze rust en veiligheid
zouden we verwijderen.
Al het kwaad de wereld uit!

God, waarom doet u niets?
Waarom kan het onrecht
gewoon zijn gang gaan?
Waarom zijn er criminelen
en fanatieke terroristen?
Waarom zijn er mensen
die anderen uitbuiten?

Tot zover het gebed. Er spreekt een herkenbaar verlangen uit, denk ik. Een verlangen naar die God uit het verhaal van Noach. Naar een God die ingrijpt als het misgaat. Een God die het kwaad niet ongestraft zijn gang laat gaan, maar het kwaad aan banden legt, wegvaagt, vernietigt. Een God die zijn spierballen laat zien en niet over zich heen laat lopen. Tot hier en niet verder!

Is de vraag in het gebed ook niet de vraag die soms gesteld wordt aan ons, aan gelovigen?
Áls er een God is, waarom doet ie dan niks? Waarom laat die goede God alles zo vreselijk misgaan op deze aarde? Waarom laat die de vechtersbazen, terroristen, moordenaars gewoon hun gang gaan? Lekkere God is dat!

Laten we ons eens proberen voor te stellen dat die God uit het Noach-verhaal vandaag opstaat. Hij ziet het kwaad in deze wereld, anno 2018. En Hij wordt er zó boos over, of zó verdrietig, dat hij besluit om opnieuw te beginnen. Al het kwaad moet weg, net als in het verhaal dat we hoorden. Alleen het goede, het rechtvaardige, het mooie mag behouden worden, dat wordt bewaard in de ark.

Waar zou ie beginnen? Misschien in het Midden Oosten? Met Assad en zijn regime… weg ermee!
En alle IS-soldaten: eruit!
Alle aanslagplegers en terroristen en moordenaars: eruit!
Alle leugenaars en fraudeurs, alle verkrachters: eruit!
Iedereen die een kind misbruikt, die zijn partner bedriegt: weg ermee!
Iedereen die gestolen heeft: eruit.
Iedereen die egoïstisch is en alles voor zichzelf wil houden, iedereen die ruzie zoekt en lelijk doet tegen anderen: eruit!
Iedereen die de aarde uitput en niet goed zorgt voor de schepping: eruit!
Iedereen die onvriendelijk is tegen een ander, iedereen die onverschillig is voor het leed van anderen, iedereen die zijn naaste zomaar voorbij loopt: eruit!
Iedereen die discrimineert, iedereen die oordeelt over een ander… eruit!

Maar wacht even…
wie of wat blijft erover, als God zo doorgaat en het kwaad met huid en haar zou willen uitroeien?

In het verhaal is het Noach die gespaard wordt.
Want Noach was een rechtvaardig mens, hij leidde een voorbeeldig leven, in nauwe verbondenheid met God. In Noach was geen kwaad te bekennen, zo lijkt het.
Maar zulke mensen zijn er niet veel. Als God in deze tijd alle onrecht en kwaad zou komen wegvagen van de aarde… wie overleeft dat dan?

Het gebed dat ik zojuist voorlas gaat nog verder:

Is het waar,
dat u voorzicht bent,
omdat goed en kwaad
dicht bij elkaar liggen
en in ieder mens verstopt zitten?

Misschien is het dan maar goed
dat u het nog even aanziet.
Want anders zijn we vast
zelf óók nergens meer.

Het verhaal van Noach schetst een simpel zwart/wit beeld van deze wereld: je hebt goede mensen en slechte mensen. En als je de slechte mensen opruimt, kun je met de goede mensen een mooi nieuw begin maken!

In een verhaal kan dat, daarin heb je de good guys en de bad guys, de slechterik en de held.
Maar volgens mij kan het alléén in verhalen: in bijbelverhalen, in sprookjes, in films, in het theater.
En in de denkwereld van sommige populistische politici.
Maar de werkelijkheid is veel gecompliceerder…

Dat realiseerde ook Etty Hillesum zich tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij was een jonge joodse vrouw, die heel veel onrecht zag. En oorlog is misschien wel bij uitstek een tijd om de mensen te verdelen in goeden en slechten. Het was makkelijk geweest voor haar om te wijzen naar de Duitsers, de nazi’s: dáár zit het kwaad, dát zijn de bad guys. Maar zij vervalt niet in zwart/wit denken. Ze schrijft in 1942 in haar dagboek:
“De rottigheid van de anderen zit ook in ons. En ik zie geen andere oplossing, ik zie werkelijk geen andere oplossing dan in je eigen centrum in te keren en daar uit te roeien al die rotheid. Ik geloof er niet meer aan, dat we in de buitenwereld iets verbeteren kunnen, wat we niet eerst in ons zelf moeten verbeteren. En dat lijkt me de enige les van deze oorlog, dat we geleerd hebben, dat we het alléén in onszelf moeten zoeken en nergens anders.” (19 februari 1942)

Het verhaal van Noach is een verhaal over goed en kwaad. Over een God die het goede wil en daarom strijdt tegen onrecht. Het verhaal houdt ons een spiegel voor:
Wat is de rottigheid in mijzelf, de rottigheid die ik maar wat graag zou prijsgeven aan de vloed en de golven?
Wat mag in mijn leven worden weggevaagd en vernietigd, om ruimte te maken voor een nieuw begin?
En aan de andere kant:
Wat in mijn leven neem ik mee in de ark zodat het beschermd wordt en behouden blijft?
Wat in mijzelf wil ik juist te midden van chaos en verwoesting koesteren en bewaren?

Noach mocht mee in de ark van God. Want hij was rechtvaardig, hij beheerste de dans van gerechtigheid als geen ander. Anderen maakten er een potje van, ze konden voor geen meter dansen, ze hielden geen rekening met elkaar en zetten steeds verkeerde stappen… In het verhaal worden ze door de golven verslonden.

Dat is het verhaal. Maar de werkelijkheid is minder zwart/wit.
En misschien heb ik wel gewoon een iets ander Godsbeeld dan de schrijver van dit verhaal.
Want ik geloof niet dat God ons wil wegvagen, als onze dans mislukt.
Ik geloof niet dat God korte metten met ons maakt, als wij er een potje van maken op de dansvloer.

Ik geloof eerder dat God ons, als een eindeloos geduldige dansleraar, steeds opnieuw blijft uitnodigen op de dansvloer. En ons steeds opnieuw de pasjes voor blijft doen.
Omdat Hij in ons blijft geloven.
En als we onderuitgaan, als we vallen, dan schrijft Hij ons niet af, maar moedigt Hij ons aan om het opnieuw te proberen. Keer op keer op keer op keer op keer…….

Totdat we op een dag de sterren van de hemel zullen dansen. Samen met de Lord of the Dance.

We zingen: Dans mee met Vader, Zoon en Geest (Lied 706)