2018/03/18

18 maart 2018, Protestantse gemeente IJsselstein, lezingen: Johannes 12: 20-33 en Kolossenzen 3: 1-11

Vlak voordat Jezus die woorden spreekt over de graankorrel die in de aarde valt en sterft, is hij door een massa mensen in Jeruzalem onthaald als koning. Ze wuifden met palmtakken en riepen hem toe: “Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël!”
Er waren zó veel mensen komen kijken naar hem, dat de Farizeeën na afloop tegen elkaar zeiden: Kijk dan, de hele wereld loopt achter hem aan!

Maar hadden al die mensen begrepen wie Jezus werkelijk is? Wat willen ze van hem? Wat verwachten ze?
Bevrijding van de Romeinse overheersing? Een gelukkig leven? Rijkdom, succes, genezing?
Zien zij, zien wíj wel goed wie Jezus is en waar hij voor staat, of zien we wat we wíllen zien, en spannen we hem voor ons eigen karretje? Voor het karretje van onze eigen idealen en overtuigingen?
Waar blijven al die mensen, als het anders afloopt dan ze dachten en hij eindigt aan een kruis?
Verliezen ze dan hun interesse, hun geloof in hem, omdat hij niet de overwinnaar blijkt te zijn waarvoor ze hem hielden? Niet de koning die hen bevrijdt? Niet de brenger van geluk en vrede?
Willen wíj eigenlijk wel geloven in een gekruisigde Messias? Niet bepaald een succesvolle held…

Dat het kruis hét symbool geworden is van het christendom, is veelzeggend. Het christendom is geen rechtstreekse route naar succes en geluk. Het is geen godsdienst van overwinnaars. Nee, het christendom is onlosmakelijk verbonden met sterven, met verliezen, met eindigheid.

Jezus probeert dat na die massale feestelijke intocht nog een keer duidelijk te maken: “Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.”

In de eerste plaats gaan deze woorden over Jezus zelf. Over zijn naderende dood.
De graankorrel Jezus zal sterven en begraven worden, maar dat is niet het einde. Met Pasen vieren we dat Hij opstaat en vrucht draagt.
Maar deze woorden van Jezus over de graankorrel gaan niet alléén over hemzelf. Ze gaan ook over ons, over ons leven. Jezus deelt hier een levensles.

Laten we eens goed kijken naar dit beeld, naar deze minigelijkenis van Jezus:
“Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel.”
Ja, stel je voor dat de graankorrel niet wil sterven. Hij wil blijven leven, en dus gaat ie niet de grond in, maar blijf hij liggen in de keuken op het aanrecht. Of op de vensterbank. Of bovenop de aarde. De graankorrel blijft lekker wie die is. Er verandert helemaal niks.
“Maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.”
Wanneer de graankorrel bereid is om in de grond gestopt te worden, te sterven, open te barsten en uit elkaar te vallen, totdat er niets meer van hem overblijft… ja, dán draagt hij vrucht.

Wij zijn die graankorrel.
En soms zijn wij die graankorrel die op het aanrecht blijft liggen. Of bovenop de aarde.
We willen dat de dingen bij het oude blijven.
We willen geen verandering, geen sprong in het diepe.
We willen niet loslaten en verliezen.
Liever houden we vast aan wat we hebben.
“Wie zijn leven liefheeft, verliest het”, zegt Jezus.
Letterlijk staat er: wie zijn psyche, zijn ziel liefheeft (philo). Theoloog Frits de Lange gebruikte hiervoor het woord ‘psychofiel’. Wie psychofiel is, wie hardnekkig vasthoudt aan zijn eigen psyche, die verliest zijn leven.
En zijn we niet allemaal een beetje psychofiel? Gefocust op ons eigen geluk, ons eigen succes, bezorgd om ons eigen hachje, gesteld op onze eigen gemoedsrust?
Jezus zegt: geloof me, als je zó leeft, dan verlies je je leven, dan verlies je jezelf.

Predikant Wim Jansen zegt het in één van zijn boeken zo: “Het leven heeft mij geleerd dat ik hier niet in de eerste plaats ben om mijn individualiteit te ontplooien, maar om mijzelf in te schakelen in een proces. (…) Dienstbaarheid bevrijdt een mens van zichzelf.” (W. Jansen, Waar ben je nu?, Skandalon 2011, p. 112)
Met andere woorden: het draait niet om míj, om míjn individu. Dat denken we maar al te vaak, we maken onszelf tot centrum van ons eigen leven. Maar Jezus leert ons hier de les van de graankorrel: durf te sterven!
Niet letterlijk, niet het eenmalig sterven aan het einde van ons leven. Nee, sterven doen we al tíjdens ons leven.
Sterven is je overgeven aan de donkere aarde. Jezelf, zoals de graankorrel in de grond, durven loslaten. Je schil open laten barsten. Juist dan, als onze schil openbarst, als we naakt en kwetsbaar zijn en het gevoel hebben dat er niets van ons overblijft… juist dan kan er soms een nieuwe kracht ontkiemen.

In het loslaten en sterven is een nieuw begin mogelijk! Een manager zou zeggen: de crisis is een kans!
Maar om dat nieuwe begin te ervaren, zullen we eerst het oude moeten loslaten.
Zoals je bij een verhuizing eerst je oude huis achter je laat, voordat je intrekt in de nieuwe woning.
Zoals je eerst afscheid moet nemen van je oude werk, voordat je aan een nieuwe baan kunt beginnen.
En soms moeten we oude patronen in onszelf proberen los te laten, om vervolgens te groeien naar een nieuwe manier van denken en leven.
Dat oude loslaten is eng en moeilijk.
Want wie garandeert jou dat er werkelijk iets nieuws zal komen?
Dat er vruchten zullen groeien?
Dat je niet voor altijd in die donkere aarde achterblijft, maar weer zult groeien en opstaan?

Als je je baan verliest…
Als je een geliefde moet loslaten…
Als je relatie op de klippen loopt…
Als je in een depressie zit…
Als je ernstig ziek wordt…
Als je het helemaal niet naar je zin hebt op school of op je werk…
dan kun je soms het gevoel hebben dat er geen toekomst is.
Dat moet die graankorrel, als ie denken kon, ook gedacht hebben: ‘zit ik hier onder de aarde, donker en koud, helemaal alleen… dit is mijn einde.’
En net als die graankorrel in de donkere aarde moet Jezus zich gevoeld hebben aan het kruis: van God en mens verlaten, donker en koud, uitzichtloos. ‘Mijn God, mijn God, waarom?’ riep hij uit.

En toch… toch begint er daar, in die donkere aarde, iets nieuws te ontkiemen.
Toch blijkt er toekomst te zijn.
Toch is sterven en verliezen niet het einde.
Dat is het wonder, de paradox van die graankorrel!

Wie midden in een proces zit van verlies en rouw, ziet dat nog niet.
Tussen begraven worden en weer opstaan zit een onzeker en donker niemandsland.
Op het moment dat je loslaat weet je nog niet van het nieuwe dat komen gaat.
Dat kan je tot wanhoop drijven, tot diep verdriet.
Het enige wat je dan kunt hebben is vertrouwen.
Vertrouwen in het mysterie van de graankorrel.
Vertrouwen in de weg van Jezus.
Een kruisweg: een weg van verliezen, sterven, begraven worden, om uiteindelijk op te staan en vrucht te dragen.
En als je zelf dat vertrouwen niet meer hebt, misschien helpt het dan als mensen om je heen er wel in blijven geloven. Je moed inspreken. Jou dragen met hun geloof en vertrouwen.

Het is een mysterie en helemaal begrijpen doe ik het niet.
Maar misschien herkennen we iets van die weg die de graankorrel aflegt in ons eigen leven.
De weg die door sterven en verlies naar een nieuw begin leidt.
De weg die via Goede Vrijdag naar Pasen loopt.
Paulus probeert het in zijn brief aan de Kolossenzen ook uit te leggen:
Hij spreekt over het afleggen van de oude mens en het aantrekken van de nieuwe mens. Alsof het om een kledingstuk gaat. Het doet mij denken aan een slang die vervelt: zijn oude huid legt hij af, en zo komt er ruimte voor een nieuwe huid.
Het stelt ons voor vragen: Wat heb ik af te leggen? Wat heb jij los te laten? Wat in u moet of mag sterven, om nieuwe groei mogelijk te maken? Om, zoals Paulus zegt, vernieuwd te worden naar het beeld van onze Schepper?
Want dát is het proces waaraan we ons overgeven: vernieuwing. Steeds meer gaan lijken op onze Schepper, steeds meer mens worden, zoals we als mens bedoeld zijn.
Het troost mij dat Paulus hier spreekt over ‘steeds vernieuwd worden’. Want het is niet een eenmalig sterven en weer opstaan, één keer het oude afleggen en het nieuwe aantrekken. Nee, het is een levenslang en dagelijks proces van vallen en opstaan…

Durven wij onszelf uit handen te geven?
Durven wij onze psyche los te laten?
En ons over te geven aan het mysterie van de graankorrel, aan God die liefde is?
In het vertrouwen dat er zelfs in de diepste donkerste aarde nog toekomst is.
Snappen doe ik dat niet, maar ik wíl het graag geloven. En misschien is dat wel genoeg: de wil om te geloven. Want geloof hoeft niet groot te zijn. Al is het zo klein als een mosterdzaadje, leert Jezus ons in een andere gelijkenis… het kan al een begin zijn. Een nieuw begin van overgave en vertrouwen, van groei en vruchtbaarheid.