2018/02/18

18 februari 2018, Protestantse gemeente IJsselstein, thema: Look beyond borders

We doen het allemaal af en toe: mensen in hokjes stoppen.
Het houdt onze wereld, ons leven overzichtelijk.
Je hebt moslims en christenen, hoger opgeleiden en lager opgeleiden, jongeren en ouderen, gelovigen en ongelovigen, allochtonen en autochtonen, liberalen en socialisten, heteroseksuelen en homoseksuelen en nog veel meer.
En vaak denken we over ons eigen hokje veel positiever én veel genuanceerder dan over dat van anderen.
Hoe vaak gebeurt het niet dat we de mensen in een ander hokje over één kam scheren:
alsof alle moslims extremistisch zijn,
alsof alle ouderen hulpbehoevend zijn,
alsof alle allochtonen een achterstand hebben qua taal en opleiding.
Soms is een eerste indruk al genoeg om iemand in een hokje te plaatsen.
Zo weet ik nog dat ik jaren geleden een cursus deed en van één van de deelnemers dacht ik vanaf het eerste moment: wij zullen elkaar waarschijnlijk niet zo liggen. Ik hield een beetje afstand. Ze was stoer, grofgebekt, leren jack en sigaret, kwam te laat… Wat bleek na maanden: ze was één van de fijnste mensen in de groep. Ik mocht haar graag. Ik had allerlei conclusies verbonden aan mijn eerste indruk die helemaal niet klopten.

Vaak kiezen we voor wat vertrouwd is. Voor iemand die op ons lijkt. Dat kennen we. Over de ander, die heel anders is, hebben we de nodige vooroordelen.
En zo trekken wij grenzen. Tussen zij en wij. Tussen Marokkanen en Nederlanders. Tussen moslims en christenen. Tussen stoere mannen met tattoos en piercings en ik zonder tattoos en piercings. Alsof we heel verschillend zouden zijn. En zo lang we elkaar niet leren kennen, kunnen we dat volhouden, kunnen we blijven geloven dat zij anders zijn dan ik. Dat ik anders ben dan zij. Pas in een ontmoeting zal die illusie worden doorgeprikt en zal ik ontdekken dat die ander een mens is zoals ik.
Zo ontmoet ik elke week Hnaa, een vrouw uit Irak, op haar 15e getrouwd en nu weduwe, moslima, vluchteling. We zijn totaal verschillend, maar gaandeweg ontdekken we een gemeenschappelijke basis: we zijn allebei mens. Als we samen praten, lachen, huilen, elkaar niet begrijpen, omhelzen, zwijgen, dan vallen al die hokjes even weg.

Vooral mensen die we niet (goed) kennen, stoppen we gemakkelijk in een hokje. En het omgekeerde gebeurt natuurlijk evenzeer: dat anderen ons in een hokje plaatsen.
Als ik op een feestje aan iemand vertel dat ik dominee ben, dan voel ik soms onmiddellijk de etiketten die op me geplakt worden: saai, streng, vroom, etc. Misschien herken je dat, als je op je werk of in de klas vertelt dat je gelooft of naar de kerk gaat. Het hokje ‘gelovig’ is niet voor iedereen even aantrekkelijk en positief. Of misschien word je in andere hokjes gestopt, op grond van je politieke voorkeur, seksuele oriëntatie, leeftijd of beroep.

Het overkwam ook Zacheüs, 2000 jaar geleden. Hij zat in het hokje ‘foute lui’, ‘zondaar’… En als je eenmaal in zo’n hokje zit, dan zien mensen niet meer wie je écht bent. Ze zien alleen nog maar het etiket dat ze zelf op je voorhoofd hebben geplakt.
Daarom denk ik dat Zacheüs zo verrast was toen Jezus zichzelf bij hem thuis uitnodigde. Blijkbaar zag Jezus méér dan een zondaar. Méér dan een corrupte belastingambtenaar. Hij zag ook iemand met behoefte aan contact. Iemand die misschien wel wil veranderen. Iemand die het gezellig vindt om samen te eten.

Jezus trok zich weinig aan van grenzen. Hij ging om met iedereen: jood en heiden, autochtoon en allochtoon, meesters en slaven, mannen en vrouwen. Hij doorbrak alle grenzen en zag in ieder mens een mens. Niet in de eerste plaats een zondaar of een heilige, een gelovige of een ongelovige. Nee, een mens, een medemens. Een mens die er zijn mag! Een mens die evenveel waard is als ieder ander mens!
En daarin was hij radicaal, revolutionair. Juist dát stuitte de religieuze elite tegen de borst. Hun overzichtelijke wereldje waarin mensen werden ingedeeld in goed en fout, godvrezend en goddeloos, werd overhoopgehaald door Jezus.

Precies hetzelfde gebeurt in het filmpje dat we zagen: we denken misschien wel dat we de wereld in overzichtelijke hokjes kunnen verdelen, maar als we iets dieper graven, dan blijkt het heel anders te zitten.
Dan blijk je opeens tot een heleboel verschillende hokjes te behoren en met iedereen wel iets gemeen te hebben.
Hokjes geven houvast, en als ze op de schop gaan, zijn we onze houvast kwijt. Dan kunnen we de wereld niet meer verdelen in gelovigen en ongelovigen, in goed en fout, in ziek en gezond. Dan kunnen we de kerk niet meer verdelen in jongeren en ouderen, orthodox en liberaal, actieve gemeenteleden en zij die nooit in de kerk komen.
Dat is verwarrend, maar het is óók verrijkend. Want het betekent dat we in ieder mens een naaste, een medemens kunnen ontdekken. En dat we veel meer gemeen hebben met elkaar dan we dachten.
We ontdekken dat we allemaal wel eens bang en onzeker zijn.
Dat we ons allemaal wel eens schamen.
Dat we allemaal wel eens fouten maken.
Dat we ons allemaal wel eens verdrietig of alleen voelen…

Afgelopen week trad minister Halbe Zijlstra af, na onthullingen over zijn leugens.
Het was natuurlijk gemakkelijk om hem neer te zetten als fout, als ‘de leugenaar’.
Je hebt aan de ene kant Halbe die liegt en aan de andere kant staan zij, de goede, eerlijke mensen.
Ik was onder de indruk van wat Gert-Jan Segers zei in de Kamer, na Zijlstra’s aftreden: “We zitten hier allemaal als zwakke mensen die vroeg of laat een misstap maken en genade nodig hebben.” Daarmee bedoelde hij niet de fouten van Zijlstra onder het tapijt te vegen, zeker niet! Zijn aftreden was onvermijdelijk, zei hij eerder. Maar hij doorbrak wel het zwart/wit denken, het denken in goed en fout, in leugenachtige Halbes en de eerlijke rest. Ten diepste zijn we allemaal mens, zei hij.

Jezus kijkt in het verhaal van Zacheüs met de ogen van God.
Gods ogen zien, als ze naar mensen kijken, niet in de eerste plaats een leugenaar of zondaar. Een gelovige, ongelovige of andersgelovige. Een PVV-er of SP-er of CDA-er. Een winnaar of kampioen.
Nee, Gods ogen zien een mens die probeert om het goede te doen maar die ook af en toe struikelt.
Gods ogen zien een mens die er zijn mag, een mens van waarde.
Gods ogen kijken dwars door al onze hokjes en grenzen heen.
Desmond Tutu heeft een boek geschreven met de prikkelende titel: “God is not a christian”.
God is geen christen. God is niet blank of christelijk of links of rechts. Protestants of Rooms-Katholiek. Orthodox of liberaal. God gaat al onze hokjes te boven. Het is verwarrend én verrijkend.

Misschien kunnen wij een klein beetje leren kijken met de ogen van God.
En met die blik grenzen doorbreken, elkaar de hand reiken.
Open staan voor wie anders is dan ik en ontdekken dat we méér gemeen hebben met elkaar dan we dachten. Want één ding geldt voor ons allemaal: we zijn kind van God. Gezien. Gekend. Geliefd. Onvoorwaardelijk geliefd. Net als Zacheüs.