2017/12/24

24 december 2017, Kerstnacht, Protestantse gemeente IJsselstein – thema: (g)een perfecte kerst?

Vrijdag zat ik achter mijn laptop, klaar om een kerstpreek te gaan schrijven.
Het lukte niet zo goed, de inspiratie bleef uit. Ik had een soort writer’s blok.
Dat had ongetwijfeld te maken met de eisen die ik stelde.
Een gewone preek op een gewone zondag moet goed zijn, maar een kerstpreek… die moet niet gewoon goed zijn, nee, die moet geweldig zijn. Origineel, actueel, ontroerend, grappig en inspirerend.
Die hoge lat… die werkte een beetje verlammend.

Ter afleiding, of misschien wel in de hoop wat inspiratie te vinden, googlede ik op het woord ‘kerstpreek’.
Ik stuitte op een website van de EO: “De ultieme kerstpreek – 5 tips”.
De eerste tip luidt als volgt:
“Kerst is als de Champions League finale voor voetballers. De hoofdprijs. Kom niet met een ‘gewone’ preek maar kom met iets geweldigs! Maak er iets bijzonders van (…). Probeer geen ‘saaie’ preek te brengen; maak grapjes, probeer mensen de emoties van bv. Jozef en Maria te laten voelen. (…) Maak het spectaculair! Kerst is een gebeurtenis om mensen te laten zien dat de kerk niet saai is.”

Pffff… ik had mezelf al wat druk opgelegd en de EO deed er nog een schepje bovenop.
Diep in mijn hart wilde ik natuurlijk wel die spectaculaire kerstpreek houden waar u de komende dagen tijdens het kerstdiner met uw tafelgenoten nog over praat.
Maar tegelijkertijd begon ook iets in mij zich te verzetten. Hoe zo spectaculair en geweldig? Hoe zo bijzonder? Waarom is gewoon ‘goed’ niet goed genoeg?
Het kerstdiner moet niet gewoon lekker zijn, maar verrukkelijk en het liefste ook nog origineel en een lust voor het oog.
Je outfit tijdens het kerstgala of het kerstdiner moet niet gewoon ‘leuk’, maar fantastisch zijn.
En niet alleen in december, ook de rest van het jaar ligt de lat hoog.
Op school moet er continu gepresteerd worden en draait het vaak om cijfers.
Op je werk moet je bewijzen wat je waard bent. Met vele burn-outs tot gevolg.
Je moet jezelf ontwikkelen, alles eruit halen wat erin zit!
Succes hebben en gelukkig zijn!
Bovendien moet je mooi zijn, rimpelloos en modieus.
Je moet zelfstandig zijn en je moet over alles een mening hebben, en ook nog een goed onderbouwde.
Je moet het nieuws volgen, kranten en boeken lezen, boeiende uitstapjes en verre reizen maken.
O ja, en je moet sterk zijn. Opgewassen tegen het leven. Je niet aanstellen… En als zich dan toch een crisis voordoet, moet je die met verve doorstaan!

Over dat geweldige leven kun je vervolgens verslag doen op Facebook of Instagram.
Daar lees je over fantastische vakanties, een mooie promotie, een geweldig concert, een topprestatie. Daar plaats je je mooiste en grappigste foto’s. Maar niets lees je over niet zo leuke vakanties of mislukte opdrachten, over een ruzie thuis of over een depressie. Terwijl die dingen wél deel van ons leven zijn.
Begrijp me niet verkeerd, sociale media hebben in mijn ogen ook zin en nut. Maar soms is het net een schijnwereld die altijd geweldig is, maar die niet écht is.

De lat ligt hoog. Wíj leggen ‘m hoog. En kerst is daar het summum van, het toppunt. Eventjes alles perfect.

Maar: ik ga het niét doen vanavond: zo’n geweldige, fantastische preek.
Ik doe het niet. Ik weiger. Uit principe.
U krijgt een gewone preek. Misschien wat middelmatig, misschien ietwat saai…

Niet alleen omdat ik protesteer tegen die tendens dat alles groots, geweldig en grandioos moet zijn en tegen de druk die dat met zich meebrengt.
Maar ook omdat het kerstverhaal helemaal niet groots, geweldig en grandioos is.
Als God het groots had willen aanpakken, dan was het heel anders gegaan.
Dan was Jezus op z’n minst in Jeruzalem geboren, op het tempelplein. Of in Rome, het centrum van de macht.
Dan had hij op z’n minst beroemde ouders gehad, politici of kunstenaars.
Dan was het eerste kraambezoek hoog bezoek geweest, hoge heren van adel of van koninklijken bloede.
En uit het Oude Testament kennen we een sprekende slang en een sprekende ezel, dus waarom niet een sprekende baby Jezus? Dat was pas bijzonder geweest!
Maar niets van dat alles. Geen enkel spektakel!
Het begint met een schandelijke zwangerschap. Maria wordt zwanger terwijl ze nog niet getrouwd is. Volgens de Tora, de wet van Mozes, zou zij gestenigd moeten worden. Godzijdank neemt Jozef haar in bescherming.
Vervolgens wordt het kindje geboren in Bethlehem, een toen nog nietszeggend dorpje vlakbij Jeruzalem.
Een bedje is er niet, dus wordt hij in een voederbak gelegd.
En de eersten die op bezoek komen, zijn herders! U denkt misschien aan een lieflijk tafereeltje met herders en hun schapen in het maanlicht, maar vergis je niet: herders waren destijds het uitschot van de samenleving. “Tuig van de richel”, zouden sommige politici zeggen. Ruige mannen die je ’s avonds laat liever niet tegenkomt op straat. Uitgerekend zíj hoorden als eersten het nieuws dat Jezus geboren is.
En in de meeste kerststalletjes zijn ook nog een os en een ezel te vinden. Hoewel deze dieren helemaal niet voorkomen in het verhaal van Jezus’ geboorte, zijn ze veelzeggend. Ossen en ezels, in het Hebreeuws: ‘sjemorim-we-chamorim’, oftewel schorriemorrie. Jezus wordt geboren temidden van het schorriemorrie.

Er valt geen spectaculair verhaal van te maken. Integendeel: het is een uiterst eenvoudig verhaal, over twee doodgewone mensen, tieners nog, die in schaamtevolle en armoedige omstandigheden een kindje krijgen.
Al onze kerstglitters, kerstbomen, kerstdiners en kerstoutfit staan in schril contrast met de eenvoud van dit verhaal. Het hemels engelenkoor is het enige feestelijke tintje…

En eigenlijk vind ik dat een verademing:
dat God kiest, niet voor het spektakel, niet voor het perfecte plaatje, maar voor het gewone.
Voor gewone, kwetsbare mensen. Voor een gewoon kindje zoals ieder ander kindje.
Kerst vertelt ons dat we God niet moeten zoeken in het bijzondere en het verhevene.
We hoeven geen geweldige fantastische religieuze ervaringen te hebben, we hoeven niet te streven naar het hoogste en grootste en beste, en we hoeven zelf ook niet geweldig en grandioos te zijn…
Juist dít kind zal ons in zijn leven leren dat we niét perfect hoeven te zijn.
Dat ieder mens geliefd is, mét zijn schaduwkanten en imperfecties.
Hij zocht juist het schorriemorrie van de samenleving op: herders, hoeren, tollenaars, vreemdelingen… mensen die niet geslaagd zijn, niet succesvol, niet fantastisch.
En juist hén liet hij weten en voelen: je mag er zijn. Je hoort erbij.
Gewoon… zoals je bent. Niet meer en niet minder.

Laat die hoge lat, die té hoge druk maar hier achter vanavond.
Want je hoeft niet meer op te klimmen naar de hemel, naar het hoogste en het beste.
Nee, Kerst draait het om: God komt vanuit de hemel naar óns toe.
Het goddelijke, het hemelse, het goede… het is te vinden hier in dít leven, in het alledaagse en gewone, in het onvolmaakte. In de eenvoud, in de rafelranden van het leven.
Niet in die perfecte galajurk, maar misschien wel in de ladder in je panty.
Niet in dat geslaagde kerstdiner, maar misschien wel in de aangebrande kalkoen.
In het gewone leven, dat lang niet altijd fantastisch is.

Terwijl ik dit thuis zat op te schrijven, en nog een beetje worstelde met de druk om er iets geweldigs van te maken – het was een sombere vrijdagmiddag en ik zat alleen aan de eettafel te schrijven en te schrappen – kwam er een berichtje binnen. Een vriendin schreef me: “Bidden doe ik nooit, maar ik steek zo een kaarsje aan en denk aan je. Je bent zo waardevol.”

Dát was Kerst voor mij. Iets te vroeg, op 22 december.
Dát is God voor mij.
Daar is geen topprestatie voor nodig.
Daarvoor hoeven we niet naar het beste en hoogste te streven.
Daarvoor hoeven we niet geweldig en grandioos te zijn.
Nee, op een gewone dag die verre van geweldig en grandioos is kan het je gewoon overkomen.
Een spoor van God.
Een hemels licht.
Een engel naast je.

Kerst leert ons anders kijken.
Als je met kijkt met de ogen van kerst, dan ontdek je in het gewone een wonder.
Dan herken je in de mensen om je heen opeens een engel.
Dan zie je juist door de breuken en scheuren in ons leven het licht stralen, zoals Leonard Cohen zong.
Dan ontdek je op een grijze vrijdagmiddag een glimpje van God in je buurman, in je partner, in je collega, in je zus, in je klasgenoot.

Ik wens ons allen toe dat we dat gaan zien!
Want dan is het niet alleen deze twee dagen feest, maar dan blijft het feest, ook wanneer de kerstslingers en -lichtjes weer zijn opgeruimd en de dagen weer gewoon worden.
Gewoon, en tegelijk geweldig, omdat God in het gewone wonen wil.