2017/09/03

3 september 2017, Protestantse gemeente IJsselstein

Marcus 7: 31-37
31 Hij vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het Meer van Galilea, dwars door het gebied van Dekapolis.
32 Daar werd iemand bij hem gebracht die doof was en gebrekkig sprak,
en men smeekte hem om deze man de hand op te leggen.
33 Hij nam de man apart, weg van de menigte, stak zijn vingers in diens oren en raakte met speeksel zijn tong aan.
34 Hij sloeg zijn blik op naar de hemel, zuchtte diep en zei tegen hem: ‘Effata!’, wat betekent: ‘Ga open!’
35 Meteen gingen zijn oren open, zijn tong kwam los en hij kon normaal spreken.
36 Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was;
maar hoe strenger hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden.
37 De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden:
‘Alles wat hij doet is goed: zelfs doven laat hij horen en stommen laat hij spreken.’

Overweging
Het verhaal van vanmorgen doet me denken aan een man die vroeger doof was. Jaren geleden kreeg hij een gehoorimplantaat, waardoor hij weer kon horen. Dat was natuurlijk geweldig, het opende allerlei mogelijkheden voor hem, er ging een wereld voor hem open.
Maar hij vertelde me ook over de moeilijkheden waar hij nog zo vaak tegenaan liep:
Als mensen te snel praten, als mensen door elkaar heen praten, als er veel geluiden zijn op de achtergrond, als mensen hem niet aankijken terwijl ze spreken… dan verstaat hij hen niet. En dat gebeurt maar al te vaak!
Dan voelt hij zich in ontmoetingen en gesprekken buitengesloten, aan de zijlijn staan.
Hij heeft het gevoel dat hij niet echt mee kan doen, en daardoor voelt hij zich soms eenzaam.

Als je niet kunt horen en niet gehoord wórdt, dan kun je in een isolement belanden.
Horen en spreken is de basis van onze communicatie, en een dove was, zeker 2000 jaar geleden, buitengesloten van communicatie.
Moet je voorstellen, een leven zonder communicatie! Dat ís geen leven.

Maar als ik het zo vertel, lijkt het alsof het verhaal over anderen gaat. Over mensen die doof zijn. Over mensen die door een handicap niet in staat zijn te communiceren.
Maar laten we de blik eens op onszelf richten: misschien heb ik, heb jij af en toe ook wel zo’n handicap. Want zijn wij altijd zo goed in communiceren?
“Jullie hebben ogen maar zien niet, jullie hebben oren maar horen niet.”, zegt Jezus tegen zijn leerlingen. Ook al werken onze oren en mond prima, écht horen en écht spreken is een hele kunst.
Goed luisteren naar een ander, een ander proberen te verstaan… het lukt ons niet altijd.
Soms vallen we een ander in de rede en willen we maar al te graag ons eigen verhaal vertellen.
Soms voelen we ons aangevallen door een ander en proberen we onmiddellijk onszelf te verdedigen: Ja maar… Ja maar zo bedoelde ik het niet. Ja maar… en dan horen we vaak niet meer wat de ander zeggen wil.
Soms nemen we niet de tijd om goed te luisteren, of we luisteren maar met een half oor en ondertussen zijn we ook bezig op onze telefoon en zijn we met onze gedachten elders…
En dan heb ik het nog niet eens over de enorme hoeveelheid van geluiden, stemmen en prikkels die dagelijks op ons afkomt. Het is een kunst om te onderscheiden waar we wél en waar we niét naar willen luisteren. Om te onderscheiden welke stemmen het horen waard zijn en welke niet.
Kortom: horen, luisteren – of het nou is naar je partner, je kind, je collega’s of vrienden, naar jezelf of naar God – is niet altijd makkelijk.

En spreken trouwens ook niet!
Soms spreken we te vroeg, te snel en hadden we ons beter even kunnen inhouden.
Soms zeggen we teveel, praten we te lang.
Soms zijn onze woorden scherp, veroordelend, kwetsend, kortzichtig, onbenullig… Soms praten we in het luchtledige en komen onze woorden helemaal niet aan op hun bestemming.

Dit verhaal gaat over óns, het houdt ons een spiegel voor.
Deze dove man die gebrekkig sprak… wij lijken meer op hem dan we in eerste instantie misschien dachten.

Het eerste dat Jezus doet is deze man apart nemen. Hij neemt hem mee úit de menigte, naar een rustige, stille plek. Aan de ene kant hebben wij de gemeenschap – of het nou je familie, je vrienden, de kerk of je werk is – nodig, om mens te zijn, om te leven. Aan de andere kant hebben we het óók nodig om af en toe even afstand te nemen daarvan. Om de stilte op te zoeken. Om alleen te zijn.
Juist als je alleen bent zie je dingen soms scherper. Juist in de stilte kun je soms de stemmen horen die in het dagelijks leven onhoorbaar zijn. De stem van je eigen hart. De zachte stem van God.
Die afzondering en stilte heb je misschien wel gevonden in je vakantie, even weg van alle dagelijkse beslommeringen. Of tijdens een retraite in een klooster. Maar misschien ook wel dichterbij huis: tijdens een dagelijks moment van gebed of meditatie. Tijdens een wekelijks avondwandelingetje. Of hier in de kerk, in een kerkdienst. Even een stap terug doen, afstand nemen, stil worden. Om tot jezelf te komen. En tot God. Om je oren te openen en weer beter te kunnen horen.

Ik merk zelf dat ik die momenten echt nodig heb, die momenten van stilte en alleen zijn. Om te midden van alle stemmen, geluiden, lawaai, prikkels en woorden die op me af komen te ontdekken wat er écht toe doet. Om in de veelheid van geluiden te horen wat God wil zeggen tegen me…
Tegelijk merk ik ook hoe moeilijk ik het vind om die stilte en afzondering te vinden. Om er tijd voor te maken. Om er een vorm voor te vinden. En ik ben benieuwd hoe u, hoe jij dat doet. Of je die behoefte herkent en hoe je daarmee omgaat.

In die stilte, in die afzondering wordt een opening gecreëerd: Effata! Ga open!
Jezus zegt het niet tegen de oren van deze man, maar tegen de man zelf. Ga open! Het is een gebed en een opdracht tegelijk.
Ik stel me voor dat ik Jezus ontmoet, en dat hij dat tegen mij zegt: Effata! Ga open! En ik probeer te horen wat hij met deze woorden bedoelt. Als ik heel eerlijk naar mezelf kijk en luister, dan wéét ik het. Dan wéét ik naar welke opening ik verlang. Dan wéét ik waarvoor ik me open wil stellen.
Voor stilte, gebed, meditatie.
Voor meer verbinding met mezelf, met dat wat er diep in mij leeft.
Voor meer verbinding met God.
De schrijver Henri Nouwen schreef: “Bidden is luisteren naar de zachte stem van de liefde, naar de stem die tegen ons zegt: ‘Je bent me lief.’” Voor dié stem wil ik mezelf openen. Die stem wil ik beter gaan horen…

Maar dat is míjn antwoord, voor u en jou zal het antwoord anders zijn.
Naar welke opening in je leven verlang jíj? Voor wie of wat wilt u zich openen?
Ga open, zegt Jezus tegen je. Voor wie of wat?
Voor iemand in je omgeving? Je partner, je kind, iemand met wie je ruzie hebt, iemand die je niet goed begrijpt? Voor een nieuwe koers in je leven, een nieuwe stap die je maar niet durft te zetten? Voor de hulpvraag van een buurvrouw, een vluchteling, een eenzame kennis? Misschien voor God? Voor dat wat God je wil geven. Of wil zeggen. Of wil vragen.

Effata! Ga open!
Daar waar we op dichte deuren stuiten, waar wegen geblokkeerd zijn, waar muren tussen mensen in staan…
Daar waar onze communicatie – met elkaar of met God, of met onszelf – hapert…
Daar waar wij doof zijn voor elkaar…
Daar waar we blind zijn voor de honger van een medemens, of verblind door vooroordelen…
Daar waar angst of zorgen ons beklemmen en opsluiten in onszelf,
dáár bidt Jezus om een opening.
Daar wil hij ons en ons leven openbreken.
Zodat wij het goede, volle leven met open handen en een open hart kunnen ontvangen.
Zodat wíj open bloeien en mens worden.
Zodat wij leven in een open verbinding met elkaar, met onszelf, met God.

Effata! Ga open!
Zoek de stilte, luister goed, en dan zul je, geloof ik, ontdekken wat deze woorden voor jou betekenen.