Moeten

Er moest altijd een heleboel,
ze zei zo vaak: ik moet.
Ik moet presteren, alles goed doen,
o, wat ben ik moe!

Tot op een dag iemand haar zei:
ach jee, wat moet jij veel!
Hoe komt dat toch, van wie moet dat,
hoe raak je ervan vrij?

Op dat moment besefte ze
hoezeer ze klem zat in de greep
van een onhaalbaar hoge lat,
hoe moeten haar de keel afkneep.

En dat was het moment waarop
de klem wat zachter kneep;
zijn greep verloor pardoes aan kracht,
omdat ze hem doorzag, begreep.

Toen voelde ze: ik wil voortaan
graag leven zonder te veel moeten,
zonder klem en zonder kramp
ga ik mezelf maar eens ontmoeten.

Natuurlijk ging het wel eens mis,
dan was die klem weer daar.
Dan sprak ze eventjes met hem,
tot hij weer zachter werd voor haar.

error
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *